Interview met Ton Derksen

ton

Prof. dr. Ton Derksen studeerde filosofie, sociologie en geschiedenis in Groningen, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en was als hoogleraar wetenschapsfilosofie verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Tilburg. Sinds hij na zijn pensionering per toeval in aanraking kwam met de zaak van Lucia de B., schrijft hij boeken over juridische zaken waarbij mogelijk sprake is van gerechtelijke dwalingen als gevolg van fouten in de werk- en denkwijze en bewijsvoering van het Openbaar Ministerie in Nederland. Mede als gevolg van zijn eerste boek werd de zaak van Lucia de B. opnieuw bekeken, wat er uiteindelijk toe leidde dat zij werd vrijgesproken.

Na deze eerste zaak volgden er meer. Derksen bestudeerde en analyseerde de dossiers in verschillende landelijk bekende zaken waarbij mensen ten onrechte werden veroordeeld en schreef diverse boeken over zijn bevindingen. Derksen onderzocht onder andere de Deventer moordzaak, de zaak Olaf Hamers, de ‘tweede’ Puttense moordzaak (tegen Ron P.), de zgn. butlermoord (Van Leeuwerden), de zaak Kevin Sweeney en het ‘Drontense Bos’ en daarnaast de zaak van Hüseyin Baybasin. Actueel Nieuws vroeg hem naar zijn kijk op deze zaken.

Kunt u in het kort iets vertellen over uzelf?

“Na mijn pensioen ben ik door mijn zus (arts) bij de zaak van Lucia de B. betrokken geraakt (de zus van Ton Derksen was chef de clinique in het ziekenhuis waar de moorden in die zaak gepleegd zouden zijn, red.). Als je je met een dergelijke zaak bezighoudt, dan komen er vanzelf andere zaken op je af en het viel mij op dat ik, toen ik met die onderzoeken bezig was, nog steeds wetenschapsfilosofie beoefende. In de wetenschapsfilosofie was ik vooral in wetenschap en pseudowetenschap geïnteresseerd, ik gaf colleges over vraagstukken als ‘Wat zijn goede argumenten?’ of ‘Hoe komt het dat mensen systematisch denkfouten maken?’ In de zaak van Lucia de B., maar ook in al die andere zaken, kwam ik steeds diezelfde soort denkfouten tegen. Dat kon natuurlijk ook niet anders, het zijn per slot van rekening algemeen menselijke denkfouten, dus rechters en rechtscolleges maken die denkfouten ook. Het verschil met mijn colleges was echter dat we daar filosofisch reflecteerden op die psychologische denkinstincten (het bleef dus theoretisch), terwijl in de rechtszaken die fouten immense praktische gevolgen hebben: mensen komen ten onrechte jarenlang in de gevangenis terecht. Sinds mijn pensioen, inmiddels is dat 15 jaar, hou ik me bezig met dit soort rechtszaken. Ik heb niet het gevoel dat ik opgehouden ben met wetenschapsfilosofie te doen, ik ben het alleen in de praktijk gaan toepassen.”

U gaf al aan dat u zich sinds Lucia de B. met gerechtelijke dwalingen bezig houdt, was de zaak van Lucia de B. ook de eerste keer dat u met gerechtelijke dwalingen werd geconfronteerd?

“Toen ik nog aan de universiteit werkte, hoorde je van de Puttense moordzaak en van de Schiedammer parkmoord. Ik dacht destijds nog dat zijn gewoon een paar fouten. Die kun je verwachten, want elk systeem maakt fouten. Die fouten hebben niet mijn vertrouwen in de rechtsstaat aangetast. Door de zaak van Lucia de B. werd dat vertrouwen zelfs eerder versterkt, omdat in dat geval bleek dat er een fout was gemaakt die, weliswaar na vele jaren, hersteld kon worden. Door de volgende zaken waar ik me mee bezig hield, is dat vertrouwen wel geslonken. Ook in die zaken was apert duidelijk dat er fouten waren gemaakt, maar er werd voortdurend gepoogd om die fouten te bedekken en uiteindelijk is de Hoge Raad met allerlei trucs erin geslaagd die zaken niet te heropenen. Daar gaat mijn recente boek Het falen van de Hoge Raad over, over de strategieën – of zeg maar trucs –  die de Hoge Raad gebruikt om volwaardige, goed beargumenteerde herzieningsverzoeken vol met nieuwe feiten, af te wijzen. Helaas toont de Hoge Raad ook vele vormen van onbegrip, zoals het niet begrijpen van het arrest van het hof.”

U heeft eerder ook gepubliceerd dat misschien wel 10% van de gedetineerden onterecht vast zit.

“Bij veroordelingen tot moord en andere levensdelicten, is dat denk ik inderdaad het geval. Bij gewone misdaden ligt dat percentage eerder rond de 5%. Vaak liggen criminelen niet wakker van zo’n verkeerde veroordeling. Ze vergelijken die met al die keren dat ze ongestraft een misdaad hebben gepleegd. Om tot die schatting van die 5% en 10% te komen, heb ik vele verschillende methoden gebruikt. Uiteindelijk klonteren ze allemaal rond de zelfde kern, 5% en 10%. Dat geeft vertrouwen in de schatting. De argumenten voor deze schatting staan in mijn boek Onschuldig vast.”

Ik wil even beginnen over de zaak van Baybasin. U bent natuurlijk al langere tijd betrokken bij die zaak, hoe is die op uw pad gekomen?

“Het gekke is dat dat soort dingen eigenlijk altijd bij toeval gebeuren. In de zaak van Baybasin kende ik de advocaat en die vertelde me er wat over. Ik raakte meer en meer geïnteresseerd en besloot na verloop van tijd om de zaak uit te gaan zoeken.”

De zaak van Baybasin is een zaak waarin iemand al heel lang is gedetineerd, maar er zijn uiteenlopende mensen die in zijn onschuld geloven. De eerste keer dat ik over de zaak Baybasin las, stond er dat de audiotaps gemanipuleerd konden zijn, ik heb ook gelezen dat de vertalingen van die taps verkeerd waren. Het is natuurlijk een vrij groot dossier, maar kunt u voor de lezers iets vertellen over uw bevindingen uit die zaak?

“In de zaak van Baybasin gaat het inderdaad om telefoontaps, er is in feite bijna geen enkel ander bewijsmateriaal. Telefoontaps zijn telefoongesprekken die zijn opgenomen en in deze zaak zijn die voor een gedeelte in het Engels en voor een gedeelte in Turks en Koerdisch. Met die taps zijn verschillende zaken mis; soms verklapt de inhoud van de tap dat ze uit een heel andere tijd komen dan in het dossier staat, vaak is er iets mis met de vertalingen. Heel lang waren alleen de vertalingen beschikbaar, en had de verdediging geen toegang tot die taps, de advocaat kon dus niet checken of de vertalingen klopten. Als je de vertalingen las, dan kreeg je de indruk dat Baybasin bezig was een moord voor te bereiden, dus het leek een simpele zaak. Volgens de vertalingen gaf Baybasin opdracht voor een moord, hij zei daarin bijvoorbeeld ‘Maak er maar een eind aan’, wat het OM en de rechters interpreteerden als ‘Vermoord hem maar’, Baybasin hield echter vol dat nooit te hebben gezegd. Zo’n 20 jaar na zijn veroordeling heeft de verdediging eindelijk die tapes in handen gekregen en ze kunnen laten beluisteren door een Koerdische taalwetenschapper, die internationaal bekend staat om de  kwaliteit van zijn vertalingen. Hij heeft ook een Engels/Koerdisch woordenboek geschreven. Die man hoort Baybasin zeggen: ‘Laat het ophouden’, ‘Houd met het gesprek op’, niks geen ‘Maak er maar een eind aan’. Dat is een voorbeeld van hoe een volstrekt onschuldige uitspraak verkeerd wordt vertaald en daardoor extreem belastend lijkt te zijn. Deze nieuwe, correcte vertalingen zijn ook bevestigd door de tolk van het Openbaar Ministerie, het is dus niet iets dat alleen de verdediging heeft bedacht, maar iets wat in feite ook gesteund wordt door de tolk van het OM. Je zou dus denken dat, wanneer de Hoge Raad dit hoort, hij hierop positief  zou reageren en er iets mee zou doen, maar – zoals steeds – deze nieuwe ontdekking wordt volstrekt genegeerd. Ook al is het keer op keer duidelijk geworden dat de taptolken in deze zaak grote belastende fouten hebben gemaakt – zeg maar, de zaak hebben belazerd – de Hoge Raad reageert steeds: we denken niet dat het oude hof hierdoor geïmponeerd zou zijn en wijzen daarom de aanvraag af. Dat is natuurlijk belachelijk, want de vertaalfouten zijn zo flagrant, dat iedereen kan zien dat iets wat vertaald wordt als een moord, maar niets anders is dan een aanmoediging het gesprek te stoppen, geen grond kan zijn om iemand tot levenslang te veroordelen. Baybasin zit inmiddels 23 jaar onschuldig in de gevangenis.”

Ook in de media werd Baybasin altijd neergezet als een doorgewinterde drugsbaron.

“Dat is het grote succes van het Openbaar Ministerie en de politie. Die hebben hem neergezet als drugsbaron en dan denk je als burger, dat zal ook wel zo zijn, want onze politie is toch zorgvuldig en het Openbaar Ministerie zal toch niet zitten te liegen? Als Baybasin dan protesteert dat hij het niet gedaan heeft, dan denkt iedereen: die drugsbarons, die zeggen allemaal dat ze het niet hebben gedaan. Maar in dit geval kun je aantonen dat de leugens bij de politie, bij de vertaling en bij het OM zitten en niet bij Baybasin. Ik heb inmiddels 3 boeken geschreven om dat aan te tonen, ik gaf net één voorbeeld, maar er zijn er eindeloos veel.”

Peter R de Vries heeft zich ook verdiept in de zaak van Baybasin, maar hij kwam niet tot de conclusie dat Baybasin onschuldig was. Wat vindt u daarvan?

“Peter R de Vries heeft niet altijd gelijk. Ik waardeer zijn inzet erg, maar hij kent het dossier in de Baybasin-zaak niet. Het is een heel groot dossier, en hij gaat af op een paar indrukken en komt dan tot het idee dat Baybasin wel een drugsdealer zal zijn. Dat is heel slecht voor Baybasin, want als Peter R dat zegt, dan denken heel veel mensen dat het wel zo zal zijn. Maar in dit geval zat hij er toch echt gewoon naast.”

Kent u Baybasin persoonlijk, heeft u het met hem over de zaak gehad?

“Ik heb hem later leren kennen, het is namelijk altijd mijn opzet om niet met de mensen te spreken over wie ik een boek schrijf. Zo gauw je die mensen gaat ontmoeten, loop je het grote risico dat je op hun hand gaat raken en dat je je objectiviteit verliest. Ik ben als wetenschapper met onderzoek bezig en moet dus objectief blijven. Het enige wat ik doe is kijken naar het dossier, alle informatie opvragen en als ik vragen aan die persoon heb, dan stel ik die vragen schriftelijk via de advocaat en krijg ik schriftelijk antwoord. Pas nadat ik twee boeken af had en zelf, op basis van mijn studie, ervan overtuigd was dat Baybasin onschuldig was, toen pas ben ik naar hem toe gegaan om met hem te praten. Op dat punt waren mijn argumenten al klaar en vond ik het ook wel fatsoenlijk tegenover hem om hem een keer te ontmoeten.”

Had u specifieke vragen die u hem graag wilde stellen?

“Ik was geïnteresseerd in zijn jeugdjaren, daar is een boek over geschreven door Yücel Yeşilgöz en daar stonden allerlei tegenstrijdige en mijns inziens onware zaken in. Ik heb toen aan Baybasin gevraagd mij zijn verhaal te vertellen. Maar alle informatie die ik van hem krijg, zal ik uiteindelijk wel weer moeten checken, wil ik er iets mee kunnen doen. Daarnaast is natuurlijk wel het menselijk contact met iemand die ten onrechte levenslang in de gevangenis zit, en die daar na 23 jaar nog steeds zijn menselijke waardigheid heeft weten te bewaren. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat in een rechtsstaat als Nederland dit soort onrecht mogelijk is. Of moeten we eraan wennen dat we niet in zo’n rechtsstaat leven?”

Ik heb gelezen dat er in eerste instantie een officier van justitie was die twijfels had bij de zaak, maar Baybasin is uiteindelijk toch tot levenslang veroordeeld. Wat is uw standpunt daarover?

“Er was inderdaad een rechter-commissaris die hem gunstig gezind was, in die zin dat hij hem een eerlijk proces wilde geven, maar die man is ogenblikkelijk van de zaak afgehaald. Daar kun je dan uit afleiden dat men er alles aan deed om er voor te zorgen dat Baybasin echt een straf zou krijgen. Als je kijkt naar hoe Baybasin behandeld is, – ook na de rechtszaak in de gevangenis – is het duidelijk dat de Nederlandse regering er alle belang bij had om hem gevangen te zetten en gevangen te houden vanwege de relatie met Turkije. In feite is hij een politieke gevangene in Nederland.”

Het is een omvangrijke zaak, heeft u er nog wel vertrouwen in dat er een soort doorbraak komt?

“Nee, de zaak is pas geleden in herziening gegaan. Dat is een van de redenen geweest, waarom ik mijn boek Het falen van de Hoge Raad heb geschreven. Op dat moment was het de derde herziening die ik zag en ik constateerde dat de Hoge Raad allerlei trucs gebruikte om een herziening die redelijkerwijs toegestaan zou moeten worden, af te wijzen. Nee dus, ik heb daar geen vertrouwen in.”

Adèle van der Plas, de advocaat van Baybasin, is nog steeds erg begaan met hem.

“Dat kan je je ook wel voorstellen, want die man zit levenslang. Ook Adèle kent het dossier heel goed en uit het dossier blijkt gewoon dat hij onschuldig is. Maar het is niet alleen het dossier. Zij heeft allerlei onderzoeken gedaan en de nieuwe vertalingen laten maken, en daaruit blijkt onomstotelijk dat die man echt onschuldig is. Hij zit inmiddels 23 jaar in de gevangenis en er is dus echt geen bewijs in zijn richting. Al het bewijs dat er is, is vervalst of gelogen. Dat klinkt een beetje als grootspraak, maar zijn advocaat laat dat in de 700 pagina’s van de herzieningsaanvraag heel helder zien. Dat is niet mis te verstaan.”

Baybasin is in Londen gearresteerd voor drugssmokkel. Heeft dat ook te maken met de Turkije relatie?

“In die tijd werkte Baybasin voor Turkije. Er wordt in een Nederlands dossier gezegd dat hij drugs bij zich had, maar dat is niet waar. Er zijn twee dames betrapt met drugs. Die dames hadden nooit van hem gehoord, zo hebben ze bij de rechtbank verteld, en Baybasin kende hen niet. De rechter zei dat er helemaal geen bewijs was, maar de officier van justitie had geheime informatie – zei hij – die hij niet kon delen. Het betrof informatie van de Turkse ambassade in Londen en zo verdween Baybasin in een Engelse gevangenis. Na twee jaar vond Turkije het kennelijk genoeg. Hij werd geruild tegen een Engelse meneer die in Ankara of Istanbul vastzat, hij is naar Turkije gebracht en daar meteen vrijgelaten.”

Ik weet natuurlijk dat u zich ook verdiept heeft in de Deventer moordzaak, nog een zaak waarin nog steeds een herzieningsprocedure loopt. U heeft daar het boek Leugens over Louwes over geschreven. De film ‘De veroordeling’ die daarover is verschenen, heeft u die ook gezien?

“Nee, die heb ik niet gezien, ik hoor van veel mensen die er door overtuigd zijn. Ik hoor dat het oprecht in elkaar zit. Ik heb geen argumenten gehoord die mijn oordeel hebben veranderd.  Op basis van studie van het dossier ben ik van oordeel dat Louwes onschuldig moet zijn.”

Maurice de Hond heeft ook uitvoerig gepubliceerd over de Deventer moordzaak. Wat vindt u ervan dat het graf van het slachtoffer in die zaak is opengemaakt en dat er niets is gevonden? 

“Allereerst moeten we goed onderscheid maken tussen Louwes en Maurice de Hond. Maurice de Hond is een aardig iemand vind ik zelf, maar op heel veel punten ben ik het absoluut niet met hem eens, zoals bijvoorbeeld over de klusjesman. Al die argumenten voor het openmaken van het graf, dat is heel spectaculair geweest, maar tegelijkertijd win je er niets mee. Ja even aandacht, en daarna ergernis over al dat gedoe. Maar je kunt nu niet zeggen: omdat Maurice de Hond dit heeft gedaan, daarom zal Louwes wel schuldig zijn. De argumenten ten gunste van Louwes liggen op een heel ander terrein, het belangrijkste argument is dat hij niet bij de moord in Deventer aanwezig kan zijn geweest, hij stond in die tijd in de file bij Harderwijk. Hij heeft die file terloops genoemd en die file blijkt er daadwerkelijk te hebben gestaan. Die file kan hij niet anders gekend hebben dan dat hij daar daadwerkelijk in heeft gestaan. Hij heeft dus kennis van iets wat hij alleen kan weten als hij op het moment van de moord in Harderwijk of omgeving was. Louwes heeft nooit meer over die file gesproken, ook niet toen de rechter aan het einde van het proces hem vroeg of hij nog iets wilde zeggen. Hij heeft toen over werkelijk van alles gesproken, maar de file heeft hij nooit genoemd. Die file is dus geen alibi dat hij bedacht heeft. Alibi’s gebruik je. De file is iets dat hij heeft meegemaakt. Dat is het argument op basis waarvan ik beargumenteer dat hij onschuldig is, niet op basis van zijn gedrag ter zitting. Ik weet dat Maurice dit ook het belangrijkste argument voor Louwes’ onschuld vindt. Dus we zijn het op punten ook wel eens.”

Wat mij opvalt aan de zaak van Ernest Louwes, is dat er over de betrokkenheid van de honden bij die zaak ernstige twijfels zijn, en dat er onzorgvuldig met sporen is omgegaan. Wat is uw mening daarover?

“Het is eigenlijk niet eens van belang of men onzorgvuldig is geweest met de sporen. Alles wat er ligt, laat nog steeds zien dat Louwes onschuldig is. De politie heeft fouten gemaakt en dat gebeurt wel vaker, maar dat is niet waarom hij onschuldig is. Je kunt aantonen dat hij onschuldig is, omdat hij in die file gestaan moet hebben. Dat de politie fouten heeft gemaakt, dat heeft daar niets mee te maken, dat kun je de politie kwalijk nemen, maar dat toont noch zijn schuld, noch zijn onschuld aan.”

Hoe denkt u in deze zaak over de herzieningsprocedure die nu nog loopt?

“Die loopt inmiddels al zevenenhalf jaar. Het gaat hier om iemand die gelukkig wel vrij is, maar omdat hij als moordenaar uit de gevangenis is gekomen en zijn onschuld volhoudt,  kan hij geen verklaring van goed gedrag of een fatsoenlijke baan krijgen en kan hij niet advocaat worden, wat hij graag had gewild. Dus zijn leven is verpest. Ook zijn familie wordt aangekeken voor familie van een moordenaar. Dus dit is een heel ernstige zaak. Er ligt een herzieningsaanvraag die het heel plausibel maakt dat hij onschuldig is en dat hij zeker een nieuw proces verdient en dat gaat nu al zo’n 7 jaar door. Er is geen enkele reden waarom het 7 jaar moet duren, in een maand of 5, 6 heb je het hele dossier goed bestudeerd, alle details bekeken, deskundigen bevraagd. Laat dat eens een jaar duren, maar 7 jaar kan alleen wijzen op traineren, de man geen kans willen geven om een normaal leven te gaan leiden. En dan wordt er gezegd, het moet zorgvuldig gebeuren, natuurlijk moet het zorgvuldig gebeuren, maar ook snel! Uiteindelijk wordt het natuurlijk afgewezen, want alles wordt op het ogenblik afgewezen.”

In verschillende publicaties over de Deventer moordzaak wordt gesteld dat het vreemd is dat Ernest Louwes van een cursus die hij volgde die dag eerder naar huis is gegaan en dat dat een aanwijzing is dat hij wel degelijk bij de moord was. Hoe denkt u daarover?

“Waarom zou dat een aanwijzing zijn? Hij had die dag de hele dag al rondgereden, hij moest nog naar een cursus toe en dat was een van die cursussen waarvoor je punten krijgt en die punten had hij nodig. Hij is, zoals heel veel mensen, nadat hij die punten had binnengehaald, voortijdig weggegaan. Daarvan kun je zeggen, dat is geen plichtsbetrachting, hij had moeten blijven. Ik praat dat niet goed, ik erger me er ook niet aan. Ik bedoel, ik constateer gewoon dat hij meteen naar huis is gegaan. Wat heeft dat met de moord te maken?”

Bas Haan stelt bijvoorbeeld in zijn boek dat hij dat verdacht vond, naast de afwikkeling van de erfenis die in zijn ogen ook verdacht was. U heeft de zaak onderzocht en ik ben benieuwd als wederhoor naar uw visie erop.

“Het boek van Bas Haan is verschenen voor het mijne en ik heb dus in mijn boek commentaar geleverd op zijn boek. Zijn voornaamste punt  — en dat is ook het verhaal van Annegriet Wietsma in haar podcast — , is gericht tegen de manier waarop Louwes met de erfenis om zou zijn gegaan. Er wordt gesteld dat hij duidelijk op het geld uit was. Dat argument is simpel te weerleggen, en ik heb dat ook aan Annegriet uitgelegd, alleen heeft ze dat niet in haar podcast overgenomen. Louwes was executeur-testamentair. Dat was een heel winstgevende functie omdat mevrouw Wittenberg heel veel aandelen had. Als hij die functie had gehouden, dan had hij zo’n kleine honderdduizend euro kunnen verdienen door haar aandelen te verkopen en van elke transactie 10% op te strijken. Dat heeft hij niet gedaan. Wat hij wel heeft gedaan is tegen zijn eigen firma zeggen, dat was een accountantsbureau, ik kan dat zelf niet aan, het is veel te veel werk, willen jullie dat gaan doen? Met andere woorden, zijn eenvoudige manier om een ton te verdienen heeft hij laten schieten omdat hij vond dat hij daar geen tijd voor had, dat iemand anders dat maar moest doen. Als je het dus hebt over hebzucht, dan zie je het tegendeel daarvan bij Louwes, zijn insteek was niet winst, maar gewoon het keurig afhandelen van de zaak. Zo zijn er nog een paar van die argumenten. Iets waar ik ook veel over hoor, is bijvoorbeeld dat hij alleen zeggenschap wilde hebben voor zijn taak, en dat hij dat bij de notaris wilde laten regelen. Hij wilde die zeggenschap inderdaad, maar alleen omdat hij uit een studieboek had begrepen, dat dat de beste manier was om zijn taak efficiënt uit te voeren, dat heeft dus niets met een poging te maken om geld achterover te drukken.”

Over de zaak Louwes is het laatste woord nog niet geschreven. Maurice de Hond was van plan om een bodemprocedure tegen de podcast van Annegriet Wietsma te beginnen. Zij heeft geprobeerd meerdere kanten van het verhaal te laten zien in de podcast, maar heeft zich wel heel erg gericht op de rol van Maurice de Hond. In die zin is ze natuurlijk niet helemaal objectief geweest, denk ik? 

“Dat ze zich tegen Maurice afzet, dat is haar goed recht. Wat ik niet terecht vind, is dat zij ook een belastend beeld van Louwes geeft. Ze stelt dat Louwes de moord heeft gepleegd en gebruikt mij dan in een podcast waarbij ze een paar algemene opmerkingen overneemt, terwijl mijn argumenten waarom Louwes onschuldig is, er keurig uitgelaten zijn. En dat is niet alleen met mij gebeurd, dat is bij anderen ook gebeurd. Dat vind ik veel kwalijker dan wanneer ze zich boos wil maken om Maurice de Hond, iedereen heeft het recht om zich boos te maken over andere mensen. Alleen Louwes is degene waar het hier om draait en die komt dus in een heel moeilijk parket, omdat Wietsma  de klusjesman wil steunen. Op zichzelf vind ik dat een prima idee, maar het lijkt nu alsof we een keuze moeten maken:  óf het is de klusjesman óf het is Louwes en omdat het niet de klusjesman is, moet het dus Louwes zijn. Dat is onzin natuurlijk, want de situatie lijkt me zo, dat het noch de klusjesman noch Louwes is.”

In de zaak Olaf Hamers, waar U over heeft geschreven, lijkt het volstrekt duidelijk dat hij de moordenaar is. Hij was bezig een auto bij een tweedehands autohandelaar te kopen, en die werd toen doodgeschoten. Hij had die dag een auto nodig om zijn Roemeense vriendin vanwege visumproblemen terug te rijden naar Roemenië, hij had geen geld om de auto te betalen. Hij moest dus wel moorden om aan die auto te komen. Hij is de enige die de buurjongen uit het kantoortje heeft zien wegrennen. Hij moet dus wel de moordenaar zijn. Olaf zelf kwam met het verhaal dat hij op weg naar de wc een man was tegengekomen en dat die de schoten moet hebben gelost. Iedereen vindt dit een doorzichtige smoes. Hij zit dus terecht levenslang vast. U denkt dat dit niet zo is, waarom? 

“Natuurlijk lijkt het een ongelooflijke smoes, een man die alleen hij heeft gezien, heeft de moord gepleegd terwijl hij zelf alle belang bij de auto had en geen geld om die auto te kopen. Dit is het verhaal van het OM, maar er klopt heel veel niet van dit verhaal. De ‘mystery murderer’ kan achterlangs gevlucht zijn. Ook dat lijkt nog een goedkope smoes, maar er zijn een hele serie indirecte aanwijzingen dat Olaf de moord niet heeft gepleegd. Zo is hij twintig minuten voor de moord met de autohandelaar naar het postkantoor geweest om de auto te laten overschrijven, daarbij heeft hij zijn eigen naam en zijn eigen adres opgegeven. Dat lijkt heel dom voor een moordenaar. Waarom moordt hij niet vóór het overschrijven, dan is zijn naam niet meteen bij de politie bekend. Met het bekend-zijn van zijn naam had hij kennelijk geen probleem: er lag ook een rekening met betaald én met zijn naam en adres in het bureau van de autohandelaar. Verder weten we dat hij geen ervaring had met het schieten met een pistool, maar twee van de slachtoffers zijn vanaf 2½ meter precies tussen de ogen geschoten. Experts hebben mij verteld dat je dat als ‘amateur’ niet lukt. Volgens ervaringsdeskundigen uit de gevangenis moet het gaan om een professioneel en Olaf was internationaal vrachtrijder. Verder is het wel waar dat hij een schuld had, maar hij had ook heel veel cash geld uit zijn wietzolder, uit sigarettensmokkel en ook vanwege het grote aantal overuren dat hij maakte (met ook vergoedingen voor overnachting). Olaf had dus meer dan genoeg geld om de auto te betalen, hij hoefde er niet voor te moorden. Sterker, moorden zou het domste zijn wat hij kon doen. Hij wist dat zijn naam en adres op twee plaatsen bekend waren. Hij kon dus voorzien dat de politie achter hem aan zou komen. Misschien zou hij in het buitenland kunnen schuilen, maar in dat geval zou hij zijn jonge zoontje niet meer kunnen zien, hij zou niet met zijn Roemeense vriendin naar Nederland kunnen terugkeren (wat hun liefste wens was), hij zou zijn lucratieve baan kwijt raken, hij zou zijn vriendenkring missen. De week tevoren had hij een vriend gevraagd een aangeboden auto voor hem te kopen (hij was onderweg). Dat ging op het laatst niet door omdat die auto nog niet beschikbaar was. Zijn vriend vertelt dat hij het geld van Olaf zou krijgen. Olaf wilde de auto dus gewoon kopen. Het was geen verzoek om een moord te plegen. Er is dus alle reden om te denken dat Olafs verhaal over de mystery murderer, hoe ongeloofwaardig ook, wel waar is. Het lijkt een smoes, maar alles wijst erop: hij was op de verkeerde plaats, op de verkeerde tijd.”

Dan wil ik het als laatste onderwerp met u nog kort hebben over een andere zaak waar u over heeft geschreven. U heeft ook gepubliceerd over de zaak Christel Ambrosius en Anneke van de Stap. U noemt dat een dubbele gerechtelijke dwaling. Ik heb het boek erover niet gelezen, maar wel verschillende artikelen op internet. Kunt u, voor de lezers die deze zaak nog niet kennen, delen wat u precies met deze zaak heeft gedaan?

“In de Puttense moordzaak is een jongedame, Christel Ambrosius, op een verschrikkelijke manier vermoord. Ze lag gedeeltelijk naakt op de plaats delict, het huis van haar grootmoeder, en op haar bovenbeen lag wat wel genoemd is een kwak zaad. Het DNA in dat zaad was in elk geval niet van Viets en Dubois, die in die zaak ten onrechte veroordeeld zijn. Na het hele proces heeft de politie ontdekt dat het DNA van dat zaad overeenkwam met het DNA van Ron P.. Iedereen dacht toen bingo, hij moet de moordenaar zijn, want zijn DNA zat op het lichaam. Je zou inderdaad zeggen, hij is op heterdaad betrapt, hij heeft seks met haar gehad en zijn zaad is op haar been terechtgekomen, wie kan het anders geweest zijn?

Zoals het gepresenteerd wordt, lijkt dat inderdaad heel erg overtuigend, maar als je gaat kijken naar de feitelijke situatie, zie je dat die totaal anders is. Die kwak zaad blijkt helemaal niet alleen sperma te zijn, maar voor het grootste gedeelte was dat baarmoederslijm of cervixslijm van Christel. En daarin zit inderdaad een minieme hoeveelheid zaad van Ron P., maar gek genoeg ook nog zaad van een andere persoon. Dat is dus zaad dat in haar vagina heeft gezeten en dat samen met dat slijm en met het zaad van nog iemand anders eruit is gekomen. En nu komt het belangrijkste punt, als dat zaad van die dag zelf was geweest, als ze die dag door Ron verkracht zou zijn, dan mag je aannemen dat onder haar – zij lag daar naakt op het kleed – er allerlei ander vers zaad en ander slijm van haar zou liggen, maar het gekke is dus dat uit haar vagina niets is gestroomd. De vloer onder haar was schoon. En dat betekent dus, dat dat zaad dat in dat slijm zat, niet van die dag zelf komt, maar van een eerdere gelegenheid en dat komt volstrekt overeen met het verhaal dat Ron zelf heeft verteld, namelijk dat hij seks met haar had gehad de dag ervoor. Het gekke is dus, dat het zaad dat op het eerste gezicht een duidelijk bewijs lijkt te zijn van zijn schuld, als je het verder analyseert, juist een bewijs van zijn onschuld is.”

Ron P. heeft uiteindelijk 20 jaar cel in totaal gekregen, met voorwaardelijke invrijheidstelling zal hij nu denk ik op vrije voeten zijn. Denkt u dat er nog een herziening over deze zaak komt, of is de zaak volgens u wel echt afgesloten? 

“Ik denk dus oprecht dat hij onschuldig aan de moord is, maar hij gaat wel verder als moordenaar door het leven. Iedereen die dat overkomt en onschuldig is, vindt dat afschuwelijk, dus om die reden denk ik dat hij een herziening zal proberen te krijgen. Als je echter kijkt naar herzieningen op dit moment, dan zijn de kansen dat je überhaupt iets bereikt minimaal. Bovendien betekent een herziening ongelooflijk veel ellende en ongewenste aandacht en kost een hoop geld. Mogelijk zal hij het daarom niet willen. Dat is aan hem om te bepalen en ik heb er daar niets over te zeggen.”

Er zijn natuurlijk ook een aantal herzieningsverzoeken gegrond verklaard. Hoe denkt u dat gerechtelijke dwalingen in de toekomst het beste voorkomen kunnen worden?

“Volgens mij zou het het beste zijn om de Hoge Raad te passeren in deze. De Hoge Raad heeft op het ogenblik een geschiedenis met vele volstrekt onbegrijpelijke afwijzingen, demonstraties van onbegrip van de aanvraag en hij gebruikt stelselmatig een doos vol trucs om een fatsoenlijke aanvraag af te wijzen. Alleen al om die reden zouden herzieningen bij de Hoge Raad weg moeten, maar daar is ook een objectieve reden voor. De herzieningsaanvragen waar ik het over heb, gaan over de vraag of iemand een moord heeft gepleegd. Je hebt ook minder spectaculaire herzieningsaanvragen, over mensen die voor iemand anders aangezien worden. Dan is er sprake van een persoonsverwisseling en die wordt dan rechtgezet. Maar ik heb het hier dus over herzieningsaanvragen in moordzaken. Heeft die persoon het wel of niet gedaan? Dat is een empirische vraag (een vraag gebaseerd op ervaringen en waarnemingen, red.), een feitelijke vraag en dus helemaal geen juridische vraag. Er is een groot verschil tussen empirisch denken en juridisch denken. Ik ga er vanuit dat de mensen in de Hoge Raad heel goed juridisch kunnen redeneren, daar zijn ze voor aangesteld en daar hebben ze elkaar ook voor uitgekozen, maar er zijn maar heel weinig empirisch geschoolden in de Hoge Raad. Dat betekent dus dat je in de huidige constellatie vraagt aan een club die niet empirisch is gekwalificeerd om een uitspraak te doen over een empirische vraag. Dat is natuurlijk heel raar. Je probeert deskundigen te krijgen die passen bij de vraag die je stelt. Wat er gebeurt, is dat de Hoge Raad, omdat ze niet empirisch gekwalificeerd is, het probleem herdefinieert als een juridische vraag en daarmee de zaak als het ware verziekt. Veel mensen die een fatsoenlijke aanvraag hebben ingediend, hebben allemaal weigeringen te horen gekregen. Wat we dus nodig hebben, is een onafhankelijke, ook empirisch geschoolde raad die herzieningsaanvragen beoordeelt, een herzieningsraad of zoiets. Dat is geen vreemd idee, in Engeland, Wales, Noord-Ierland, Schotland, Noorwegen en Nieuw-Zeeland is er al een, in Canada gaat er eentje komen en in Australië wordt er aan gewerkt. Het is dus iets wat eigenlijk al op heel veel plaatsen gebeurt, waarschijnlijk omdat men overal ervaart dat zo’n Hoge Raad gewoon niet de juiste instantie is om gerechtelijke dwalingen te beoordelen. En die kant moeten wij ook op.”

  • Boeken van Ton Derksen over de genoemde zaken:

 

  • Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling, Uitgever Veen Magazines, 2006
    • Het OM in de fout, Uitgever Veen Magazines, 2008
    • De ware toedracht. Praktische wetenschapsfilosofie voor waarheidszoekers, ISVW Uitgevers, 2010
  • Leugens over Louwes, ISVW Uitgevers, 2011
    • Verkeerde plaats, verkeerde tijd, ISVW Uitgevers, 2013
    • Verknipt bewijs. De zaak Baybasin, ISSW uitgevers, 2014
    • Onschuldig vast, ISVW uitgevers, 2016
  • De Baybasin Taps. Een politiek gevangene in Nederland, ISVW uitgevers, 2016
  • Dubbel gedwaald. Putten II en de Rijswijkse moordzaak, ISVW uitgevers, 2017
  • Rammelende argumenten voor de Hoge Raad, ISVW uitgevers, 2017 
    • Het falen van de Hoge Raad, Noordboek, 2021

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.