Interview met strafrechtadvocaat Amanda Nohl

Amanda Nohl

“Als advocaat verdedig ik mijn cliënt en niet de daad van de cliënt.”

Amanda Nohl, expert in strafrecht en jeugdstrafrecht, wist al op de middelbare school dat ze strafrechtadvocaat wilde worden. In 2011 is ze cum laude (eindgemiddelde 9) afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met als specialisatie strafrecht. Destijds kreeg ze via de universiteit de kans om te promoveren, maar dat aanbod heeft ze afgeslagen om praktijkervaring op te doen. Zo is zij ruim vijf jaar als griffier werkzaam geweest bij de sector Strafrecht van de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Den Haag. Dit beviel haar dusdanig goed, dat ze pas in 2017 weer is begonnen met solliciteren naar advocaat functies. Zo is ze in 2017 begonnen bij Groenendijk & Van Eeuwijk Advocaten, waar ze meteen de kans kreeg om zelfstandig grote zaken te doen. Door de hoeveelheid zaken heeft ze veel ervaring opgedaan, waardoor de tijd op een gegeven moment rijp was om voor haarzelf te beginnen. In februari 2020 heeft ze zich aangesloten bij JAW Advocaten als zelfstandig ondernemer.

Het bevalt mr. Nohl goed om eigen baas te zijn, onder andere omdat ze veel vrijheid heeft om haar eigen tijd in te delen. Dat komt zeker van pas, omdat ze naast haar werk veel tijd besteedt aan zelfontplooiing. Hier hecht ze veel waarde aan en in oktober heeft ze de specialisatieopleiding Jeugdrecht afgerond. Haar drijfveer om als advocaat te werken is om écht iets voor anderen te betekenen en dat iedereen recht heeft op een goede verdediging en een eerlijk proces. In haar eigen woorden staat de verdachte er alleen voor tegen een machtige overheidsinstantie en zij vindt dat de belangen van de cliënt beschermd moeten worden. Volgens haar krijgt lang niet iedereen in het leven dezelfde kansen, maar toch kan iedereen met strafrecht in aanraking komen.

Cliënten staat zij voor de volle 100 procent bij. Ze omschrijft zichzelf als juridisch inhoudelijk goed, scherp en fanatiek. Haar werk is haar passie en ze levert kwalitatief goed werk. Momenteel is ze bezig met grote zaken zoals deelname aan criminele organisaties, import en export van verdovende middelen, witwassen, grote geweldzaken maar ook klaagschriften.

Wat zijn de leuke en minder leuke aspecten aan uw werk?

Amanda: “Laat ik beginnen met de leuke punten van mijn werk. Het leukste aspect vind ik pleiten. Bij pleiten ligt de nadruk op het overtuigen van de rechters waarom mijn cliënt moet worden vrijgesproken. Dit doe ik door goede juridische verweren te voeren. Verder zijn de werkzaamheden erg divers, waardoor geen één dag hetzelfde is. Dit maakt het werk ook wel weer complex, omdat ik niet continu bereikbaar ben. Ik kan tijdens een zitting bijvoorbeeld mijn telefoon niet opnemen.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook minder leuke punten. Ik vind het vervelend wanneer ik piketdienst heb en geen enkele melding binnenkrijg. Het is daarentegen wel leuk als je wel meldingen ontvangt. Ik hou niet zo van wachten. Zoals wachten op het politiebureau bijvoorbeeld. Ook vind ik het jammer dat de behandeling door sommige politieagenten te wensen overlaat. Onlangs werd ik op het politiebureau gevraagd om mijn advocatenpas te laten zien. Dat is standaard protocol, dus die laat ik vanzelfsprekend zien. Echter moest ik ook mijn paspoort laten zien omdat de desbetreffende persoon suggereerde dat mijn advocatenpas ook nagemaakt zou kunnen zijn. Daar heb ik een opmerking over gemaakt, want dat hoort niet bij het protocol.”

U bent cum laude afgestudeerd. Wat was uw geheim om dat te bereiken?

“Simpel gezegd door hard te werken, maar daar komt natuurlijk veel bij kijken. Ik volgde alle colleges en maakte altijd aantekeningen en wat betreft de tentamens bereidde ik mij altijd goed voor. Daarnaast speelt intrinsieke motivatie ook een belangrijke rol. Het was namelijk het doel dat ik voor ogen had en door hard te werken is het mij gelukt.”

 

 

Hoe kijkt u terug op uw tijd als griffier?

“Heel erg leerzaam en positief. In totaal heb ik ruim 5 jaar bij de Rechtbank Rotterdam en bij de Rechtbank Den Haag gewerkt. Ik heb als griffier vonnissen geschreven voor meervoudige Kamerzittingen. Daarnaast heb ik het raadkameren bijgewoond. Het bijwonen van het raadkameren maak je normaal gesproken niet mee, omdat het achter gesloten deuren plaatsvindt. In mijn werk als advocaat kan ik daarom ontzettend veel voordeel uit deze ervaringen halen.”

Wat voor invloed heeft corona op de advocatuur?

“Sinds maart is er veel veranderd, veel zittingen zijn uitgesteld, alleen sommige belangrijke zaken gingen door. Zaken werden telefonisch of schriftelijk behandeld en dit ging niet altijd even soepel. Soms was er bijvoorbeeld sprake van een slechte verbinding. Momenteel zijn ze bezig om veel zaken in te halen door extra vroege ochtendzittingen en late avondzittingen in te plannen. Alleen dit gaat wel zonder overleg met de advocatuur en dat betreur ik.

Het verbaast me ook dat op sommige politiebureaus de coronamaatregelen nog steeds niet even goed in acht worden genomen. Er zijn bijvoorbeeld ruimtes zonder spatscherm. Daarnaast is het voor de gedetineerden ook strenger geworden, te denken aan arbeid, luchten, recreatie en het bezoek. Voor langere tijd heb ik geen penitentiaire inrichtingen mogen bezoeken, terwijl dit juist zo belangrijk is voor het opbouwen van een vertrouwensband. Inmiddels zijn bezoeken weer toegestaan, maar de coronamaatregelen zijn nog steeds merkbaar.”

Welke dingen zou u veranderd willen zien in het gevangeniswezen?

“Per 1 mei 2021 gaat de nieuwe Wet straffen en beschermen in werking, waar ik persoonlijk geen voorstander van ben. Voor het goed benutten van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) is tijd nodig om het in werking te stellen. De minister heeft een maximum termijn van twee jaar voorgesteld, hiermee worden resocialisatiemogelijkheden van langgestraften ingeperkt. Een langere v.i.-termijn maakt het mogelijk om langer begeleiding te bieden en toezicht te houden op de terugkeer van gedetineerden in de samenleving. Een beperking tot twee jaar zorgt voor een kortere periode om gedetineerden te begeleiden bij de terugkeer in de samenleving en gedetineerden zullen waarschijnlijk langer vastzitten dan dat nu het geval is. Daarnaast is er naar mijn mening sprake van een oneerlijke overgangsregeling voor gedetineerden die op dit moment een lopende zaak hebben, waardoor de straf uiteindelijk veel zwaarder kan uitvallen.

Verder heb ik moeite met het feit dat het OM en niet de rechter gaat beslissen of iemand wel of geen voorwaardelijke invrijheidstelling krijgt. Dit gaat naar mijn mening ten koste van de rechtsbescherming van gedetineerden. Tegen de beslissing van het OM staat weliswaar bezwaar open, maar de rechtbank zal slechts marginaal toetsen. Met de regeling krijgen gedetineerden meer hulp bij schulden, huisvesting en werk. Dat vind ik wel goed, maar de vraag is of dat werkelijk het geval gaat zijn.”

Wat vindt u van het gedoogbeleid?

“Een coffeeshop mag niet meer dan een halve kilo als handelsvoorraad hebben, terwijl dat bij lange na niet afdoende is voor een goed of normaal draaiende coffeeshop. Ik ben daarom van mening dat het goed is om een beleid te voeren voor softdrugs, maar dat de overheid coffeeshops met meer coulance moet benaderen. Met betrekking tot de legalisering van harddrugs ben ik daarop tegen. Enerzijds omdat mensen die zich bezighouden met criminele activiteiten wel op zoek gaan naar een andere lucratieve bron van inkomsten en anderzijds omdat het gebruik van harddrugs vanzelfsprekend schadelijk voor de volksgezondheid is.”

 

 

Wat vindt u van het, door CDA voorgestelde, prostitutieverbod?

“Ik denk dat het belangrijk is om toezicht te houden op de prostitutie en door het te verbieden is dat niet mogelijk. Momenteel is er zicht op en omdat er ook vrouwen zijn die onder dwang werken is het belangrijk om dit te behouden.”

Wat vindt u van de Nederlandse journalistiek met betrekking tot de advocatuur?

“Het gebeurt vaak dat kranten mijn verweren gechargeerd en in populaire taal weergeven, maar ook dat vrijspraken meestal de krantenkoppen niet behalen. Verder is het opmerkelijk dat regelmatig informatie naar de pers wordt gelekt, terwijl de cliënt in beperkingen zit. Het is lastig om te achterhalen hoe dat mogelijk is.”

Hoe denkt u over etnisch profileren?

“In mijn scriptie over straftoemeting in Nederland, komt dat onderwerp ook aan bod. Naar mijn mening moet er sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld en niet op basis van hoe iemand eruit ziet. Ik hoor regelmatig van cliënten dat zij te pas en te onpas staande worden gehouden, terwijl er niets aan de hand is. Dat gebeurt bijvoorbeeld omdat ze een mooie auto hebben. Voor de cliënten in kwestie is dit erg beledigend.”

Hoe denkt u over het Nederlandse strafklimaat?

“In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn straffen in Nederland in vergelijking met andere landen hoog. Nederland staat in de top van zwaarst straffende landen in Noord- en West-Europa. In Nederland is de kans op gevangenisstraffen relatief hoger dan in omringende landen, met name voor minderjarigen. In Nederland zijn levenslange gevangenisstraffen nog altijd levenslang, terwijl andere landen dit na 15 jaar veelal vervroegd beëindigen. In Nederland is er na 25 jaar wel een toetsingsmoment, maar hoe dat uitpakt is nog maar de vraag. Daarnaast komen in andere landen gedetineerden veelal eerder vrij wegens goed gedrag, in Frankrijk en Spanje worden gevangenisstraffen tot twee jaar zelfs soms niet uitgezeten. Deze worden in plaats daarvan omgezet naar een voorwaardelijke- of taakstraf. Het Nederlandse strafrechtklimaat is dus zeker niet soft te noemen.”

Hoe denkt u over minimumstraffen?

“Mijn voorkeur gaat niet uit naar het invoeren van bijzondere minimumstraffen. De Nederlandse strafrechter heeft een grote straftoemetingsvrijheid en persoonlijk ben ik een voorstander van een grote discretionaire bevoegdheid van de strafrechter. Bij de bijzondere minimumstraffen is vaak sprake van een conflict, tussen het abstracte en het concrete delict. Immers wordt bij de bijzondere minimumstraffen slechts aandacht geschonken aan het delict op het abstracte niveau, terwijl dit op concreet niveau zou moeten.

Het invoeren van minimumstraffen draagt derhalve niet bij aan een rechtvaardige strafrechtspleging. Bovendien zou hiervoor een stelselwijziging nodig zijn en dat zou leiden tot een omvangrijke wetgevingsoperatie. Tevens is uit verschillende onderzoeken gebleken dat zwaarder straffen, de generale en speciale preventie niet echt dient. Verder zullen de detentiekosten verhoogd worden en dat kost meer geld. Daarnaast zal een overeenstemming moeten worden bereikt over de juiste minimumstraf en naar mijn mening zal het moeilijk zijn om consensus te bereiken over het strafminimum van de verschillende delicten. Bovendien bestaat nog steeds de aanzienlijke kans dat het publiek de straf te laag zal vinden.”

 

 

Wat zou u veranderd willen zien in het Nederlandse rechtssysteem?

“Allereerst zitten er nogal wat haken en ogen aan de financiering. Het is bijvoorbeeld discutabel wanneer een cliënt, die niet aangehouden is, een uitnodiging krijgt voor een verhoor op het politiebureau en dit zelf moet financieren. Voor de meeste mensen is dat namelijk niet haalbaar.

Voorts vind ik het geen goede ontwikkeling dat er indien er sprake is van een vormverzuim veelal wordt volstaan met de enkele constatering.

Ook vind ik het niet goed dat de voorlopige hechtenis in Nederland nog steeds niet als een ultimum remedium wordt gezien. Terwijl volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de voorlopige hechtenis als een ultimum remedium moet worden gezien en gezocht dient te worden naar alternatieven.

Verder zou ik het raadzaam vinden als de verdediging eerder recht heeft op het dossier. Nu moet er toestemming worden gevraagd aan de officier van justitie. Persoonlijk schrijf ik altijd alles mee wat er tijdens de verhoren wordt gezegd en dat maakt het extra lastig waarom ik vervolgens de verklaring van de cliënten niet meekrijg.

Ik vind ook dat er een evenwicht moet zijn tussen de vervolging en de verdediging bij het beïnvloeden van de rechterlijke oordeelsvorming, waarin op basis van de interne openbaarheid de verdediging zoveel mogelijk de mogelijkheid moet krijgen om zich te verweren tegen de beschuldigingen van het openbaar ministerie en de rechter actief moet kunnen beïnvloeden.

Voor wat betreft de vordering van de benadeelde partijen heb ik nog iets op te merken. Het slachtoffer mag tot op het laatste moment ter terechtzitting een schadevergoeding indienen, eigenlijk tot het moment dat de officier van justitie het woord voert. Naar mijn mening moet dat eerder gebeuren, zodat de verdediging zich daar goed op kan voorbereiden.

Bij tbs-zaken in combinatie met een langdurige gevangenisstraf, vind ik het van belang dat er eerder met de behandeling wordt gestart, want nu zit iemand heel lang vast en later wordt pas met de behandeling gestart.

Heeft het voordelen om een vrouwelijke advocaat te zijn?

“Ik denk juist dat mannelijke advocaten serieuzer worden genomen. Ik heb wel eens meegemaakt dat mijn expertise in twijfel werd getrokken omdat ik een vrouw ben. Ik denk dat een man dat minder snel zal meemaken.”

Heeft u nog een boodschap aan de lezers?

“Een veel gehoord vooroordeel is dat advocaten geen geweten hebben, maar die kritiek op advocaten berust volgens mij op een misverstand. Advocaten verdedigen niet de daad, maar de verdachte. De advocaat bewaakt juist de rechtsgang en zorgt ervoor dat de verdachte een eerlijk proces krijgt. Een verdachte staat er namelijk letterlijk alleen voor. Het is daarom belangrijk dat mensen niet te snel oordelen, want iedereen kan met het strafrecht in aanraking komen.”

1 reactie op “Interview met strafrechtadvocaat Amanda Nohl”

  1. Arian Hasani

    Goedemiddag mevrouw Nijl

    Ik heb al paar dagen contact met mevrouw Engels advocate over een zaak van mij waar ik op 21 juni 2021 moet verschijnen mijn voormalige advocate was mevrouw Groenendijk die geen advocate meer is en zij heeft mij door gestuurd naar mevrouw Engels en aangezien zij het best druk hebben ben ik doorverwezen naar u zij hebben jou ook proberen te bereiken dat lukte ook niet helemaal als u mij telefonisch kunt bereiken zou dat echt fijn zijn want de 21ste is al heel dicht bij dus bij deze me mobiele nummer 0683372698.
    Vriendelijke groet A.Hasani

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.