Interview met Luc Demoulin

Luc Demoulin

Vijftien jaar werkte Luc Demoulin in verschillende sectoren als organisatieadviseur bij Arthur Andersen, Ernst & Young en Capgemini, ook werkte hij eerder bij medisch technologiebedrijf Medtronic. Nadat hij vervolgens een aantal jaar lid van de Raad van Bestuur van het St. Antonius Ziekenhuis in de regio Utrecht was, is Luc Demoulin hier sinds 1 juli 2020 voorzitter van. Het St. Antonius Ziekenhuis is een van de grootste ziekenhuizen in Nederland. Actueel Nieuws bevroeg hem over verschillende ontwikkelingen in de zorg.

Kunt u iets over uw achtergrond vertellen?

“Ik heb altijd in de zorg of voor de zorg gewerkt. Als organisatieadviseur, directeur, in het bedrijfsleven en nu als bestuurder. Toen ik 18 was wilde ik al ziekenhuisbestuurder worden. Mijn vader was dokter en mijn moeder verpleegkundige, dat verklaart mijn ambitie. Die is vervuld, en wel bij het mooiste ziekenhuis in Nederland.”

U geeft op LinkedIn aan dat u graag samenwerking wilt tussen ziekenhuizen. Is daar nu te weinig sprake van?

“Ik ben tegen marktwerking in de zorg. Tegen concurreren en vóór samenwerken. Concurrentie tussen ziekenhuizen is niet in het belang van de patiënt. Samenwerking wel. Je ziet te vaak dat bestuurders het belang van hun organisatie vooropstellen. Ik ben van mening dat je moet kijken naar de waarde die je toevoegt, en of je via samenwerking niet veel meer zou kunnen bereiken. Dat betekent dat je verder bouwt op je sterke punten en soms de ander iets gunt, zoals in het regionale samenwerkingsverband voor oncologische zorg RAKU. In ons ziekenhuis zijn we ons gaan richten op alvleesklieroperaties, bijvoorbeeld, en doen de collega’s in de regio de maag- en slokdarmoperaties. Patiëntbesprekingen en onderzoek doen we samen. Dat leidt tot spectaculaire resultaten.”

In hoeverre heeft Corona gezorgd voor vernieuwing in uw ziekenhuis?

“Corona heeft voor veel ellende gezorgd maar ook mooie dingen gebracht. In ons ziekenhuis heeft het bijgedragen aan de slagkracht, onderlinge samenhang en aandacht voor elkaar. De focus op bedrijfsmatig organiseren is aangevuld met meer oog voor de menselijke maat. Daar werkte ik al een paar jaar aan. Maar is nu versneld. Daarnaast heeft het dingen makkelijker gemaakt, zoals de invoering van thuiswerken, in de mate dat medewerkers dat kunnen en willen. In de zorg zelf heeft het bijgedragen aan innovatie, denk aan het videobellen, telemonitoring en behandeling thuis. Tot slot hebben veel medewerkers, vaak noodgedwongen door corona, kennis gemaakt met andere afdelingen en disciplines. Niet iedereen was daar even blij mee, maar het heeft anderen juist verrijkt.”

Hoe gaat u om met het gebruik van Virtual Reality in uw ziekenhuis?

“Virtual Reality is maar een van vele vormen van digitale transformatie. We zetten het in op verschillende afdelingen, bijvoorbeeld in het kader van pijnreductie of met slimme operatiebrillen. Fascinerend en staat nog in de kinderschoenen.”

In hoeverre zet uw ziekenhuis in op patiëntparticipatie?

“Patiënten participeren bij ons op diverse niveaus. Op het hoogste niveau denkt de Cliëntenraad met ons mee wanneer we ons beleid maken of leggen we ideeën voor aan ons Patiëntenpanel met 6000 deelnemers. Patiënten participeren in innovatieprojecten. En in de zorg streven we ernaar dat de patiënt mee beslist over de behandeling op basis van voor de patiënt relevante uitkomsten van verschillende behandelopties. Dit noemen we ‘Samen beslissen’. Zo kan de patiënt bewuster kiezen wat- ie uiteindelijk wil bereiken. Een gangbare ingreep is niet voor elke patiënt de beste oplossing. Soms is die bijvoorbeeld meer gebaat bij conservatief of palliatief beleid. Een behandeling is niet alleen goed als deze technisch slaagt, maar pas als de patiënt zich er werkelijk mee geholpen voelt. Die aandacht voor uitkomsten is bij ons al meer dan 10 jaar een essentieel onderdeel van onze strategie. Dat doen we in Santeon verband, een samenwerkingsverband van 7 toonaangevende ziekenhuizen in Nederland. We vergelijken onderling uitkomsten en delen best practices.”

Hoe gaat uw ziekenhuis om met wachtlijsten in de zorg?

“Net als alle andere ziekenhuizen heeft Covid ook bij ons voor lange wachtlijsten gezorgd. Door het uitbreiden van de capaciteit, door versneld invoeren van nieuwe technologieën of in samenwerking met andere instellingen proberen we die zo snel mogelijk weg te werken. Voor diverse ingrepen in dagbehandeling hoeven patiënten niet langer uren tevoren te komen en nadien nog te blijven als daar geen medische aanleiding toe is. Dat schept ruimte om meer mensen te kunnen helpen.”

Hoe kijkt u aan tegen het personeelstekort in de zorg?

“Het tekort aan personeel blijft ook de komende jaren de grootste uitdaging voor de zorg. De technologie gaat soelaas brengen. Wij helpen bijvoorbeeld patiënten met ingewikkelde aandoeningen uit het hele land. Of we helpen collega-ziekenhuizen met onze expertise. Allemaal op afstand. Locaties en reistijden worden steeds minder relevant. Die beweging is goed voor de kwaliteit én het bespaart arbeidskrachten. Maar het blijft ook mensenwerk en die hebben we dus nodig want de vraag naar zorg blijft toenemen.”

In het interview met AD pleit u voor herwaardering in de zorg, waaruit vindt u dat dit moet bestaan?

“De zorg wordt te vaak gezien als kostenpost. Maar de toegevoegde waarde is enorm. We betalen in vergelijking tot andere landen weinig aan zorg en krijgen er veel voor terug. Door een te strenge focus op korte termijn, kostenreductie en efficiency verlies je de effectiviteit uit het oog. Ik pleit voor meer preventie, aandacht voor gezondheid en kwaliteit van leven. Essentieel daarin is de positie van de zorgprofessional. Geef die ruimte en vertrouwen. Ga ze niet overbelasten met controletaken en dwing artsen niet om in loondienst te gaan.”

Hoe waren de reacties op uw open brief aan het personeel?

“Die brief kwam op een goed moment, in een spannende periode. Veel mensen hebben aangegeven dat ze er veel steun uithaalden. Dat was ook de bedoeling.”

In uw open brief stelt u onder andere dat de kwaliteit van zorg niet meer kan zijn wat het voor de pandemie was. Hoe denkt u dat dit opgelost zou kunnen worden?

“Wat ik schreef is dat we tijdens de crisis met minder mensen meer patiënten proberen te helpen. In die situatie kan het bijvoorbeeld voorkomen dat je minder tijd en dus aandacht hebt voor de patiënt. Dat gevoel van tekortschieten vreet aan de beroepseer en motivatie van onze mensen. Door uit te spreken dat die situatie zich kan voordoen geef je een stuk erkenning naar je medewerkers. Dat de eindbaas in het ziekenhuis dat ziet en meeleeft. Maar het is sowieso van voorbijgaande aard. We zijn steeds beter in staat Covid in te richten als een normaal onderdeel van onze zorg.”

Maakt u zich zorgen over de toenemende agressie tegen zorgpersoneel?

“Ja, dat is mij een doorn in het oog. Al vóór Covid zag je een stijgend aantal incidenten. Sinds Covid hebben patiënten een veel korter lontje. De spanning in de samenleving nemen patiënten en bezoekers mee het ziekenhuis in. Ik meen dat het nu weer iets beter gaat. Onze mensen gaan er heel professioneel mee om. Daar heb ik veel respect voor. Persoonlijk kan ik er met mijn hoofd niet bij dat we zoveel zichtbare en onzichtbare maatregelen moeten nemen om te werken aan de veiligheid van onze medewerkers. Gelukkig gaat het nog steeds om uitzonderingen en hebben we vooral te maken met ieder jaar honderdduizenden lieve, dankbare patiënten.”

Boy Ettema was een zorgverlener in uw ziekenhuis, die overleed aan corona, hoe gaat u met zulke tragische gebeurtenissen om?

“Het overlijden van Boy heeft ons allemaal heel erg aangegrepen. We hebben het veel aandacht gegeven, toen en daarna nog.”

Hoe kijkt u tegen concentratie van specialistische zorg?

“Wij geloven dat je beter wordt in de dingen die je vaak doet. Daarbij gaat het niet alleen om de medisch-specialist, maar om het hele team, de ondersteuning, de omkadering. De zorg moet je dichtbij organiseren als het kan en veraf als het moet. Dat komt de kwaliteit absoluut ten goede. De toegankelijkheid moeten we anders organiseren. Met een goede spoedfunctie, opvang van kwetsbare ouderen buiten kantoortijden en zorg op afstand. Dat laatste is iets anders dan afstandelijke zorg.

De zorgen van mensen in plaatsen waar ziekenhuisfuncties wegvallen moeten we serieus nemen. En kleine ziekenhuizen moeten niet proberen om alles in huis te houden, maar zich transformeren naar een zorgcentrum waar zorg geleverd wordt die je daar goed kunt leveren. Dat kan ook een voor- en natraject zijn bij de behandeling van een ingewikkeld probleem. Maar álles in eigen hand houden moet je niet willen. Dat lijkt fijn voor de patiënt, maar is soms ten nadele van de kwaliteit. Ook hier is het credo: samenwerking.”

Heeft u nog een boodschap voor de lezers van dit interview?

“Ambieer een baan in de zorg. We zoeken nog mensen!”

 

Eén reactie

  1. samenwerken gebeurt pas goed wanneer er vertrouwen is tussen de partners. Dat vertrouwen opbouwen kost voor het Antonius vel tijd omdat dit ziekenhuis in het verleden op haar sterke punten vaak vanuit een machtspositie onderhandelde. Dat weten de partners, en ze zullen daarom terughoudend zijn. Ik ben benieuwd hoe Luc daarmee om denkt te gaan

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.