Interview met Job Knoester

Job Knoester

Volgens velen valt hij onder de top 10 van de beste strafrechtadvocaten van Nederland: Job Knoester. Knoester studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit te Leiden, begon in 1996 in de advocatuur, werkte sinds 2002 bij als advocaat bij een kantoor wij hij ook één van de partners was, en richtte in 2015 een nieuw kantoor op samen met Yvonne van der Hut. Gespecialiseerd in TBS is Knoester lid van meerdere verenigingen, oprichter en eerste voorzitter van de Vereniging van TBS Advocaten. Naast zijn carrière als advocaat is hij geregeld te zien bij VI.

 

In dit interview vertelt hij over zijn werk, geeft hij zijn mening over verschillende ontwikkelingen van vandaag dag en gaat het over zijn aanwezigheid bij VI.

 

 

Hoe kijkt u aan tegen het doorbreken van het beroepsgeheim van advocaat Anthony Weinberg na het overlijden van zijn cliënt Michel Stokx?

Voor medici is het cruciaalste om ervoor te zorgen dat iemand zich altijd tot een arts durft te wenden. In een rechtstaat wil je een eerlijk proces hebben en een onderdeel van een eerlijk proces is een optimale verdediging van iedere verdachte of veroordeelde. Daarvoor is het onmisbaar dat het beroepsgeheim er is en dat iedereen dat respecteert. Zonder beroepsgeheim kun je iemand niet goed verdedigen. Er zijn advocaten die zeggen: ik wil niet weten wat er is gebeurd, ik kijk gewoon naar het dossier. Ik zie dat anders. Ik vind dat je altijd moet vragen aan de cliënt wat er is gebeurd en ik leg daarbij aan een cliënt ook altijd uit dat hij tegen mij niet moet liegen. Als hij dat toch doet, word ik niet boos, maar vind ik dat heel onverstandig. En waarom? Omdat als ik niet weet wat er is gebeurd, ik een verkeerde keuze kan maken bij bijvoorbeeld mijn strategie. Moet ik bijvoorbeeld die getuigen wel oproepen, of niet? Als ik niet weet wat er is gebeurd en ik roep getuigen op, kan dat een risico voor mijn cliënt zijn.
Dat onderdeel is een belangrijk element van beroepsgeheim.

Als je hebt gedaan wat deze oud-advocaat heeft gedaan, je beroepsgeheim doorbreken als je geen advocaat meer bent, dan zet je daar het vertrouwen in de advocatuur in zijn algemeenheid op het spel. Dat is heel schadelijk voor het vertrouwen in advocaten en voor het vertrouwen in de rechtstaat.

 

Het viel mij op dat de officier van justitie het belang van de nabestaanden benadrukte en op de emotie inspeelde. Hoe kijkt u tegen dat gedrag aan en vindt u dat klachtwaardig?

Iedereen begrijpt de emotie, het verdriet en de pijn van de nabestaanden. Ik heb zelf heel lang heel veel nabestaanden bijgestaan in hun zoektocht naar wat er met hun geliefde is gebeurd. Ik heb vaak aan de kant van de nabestaanden gestaan, dus ik begrijp dat. Maar de officier wordt geacht een magistraat te zijn, dus wordt geacht het belang te kennen van een eerlijk proces en dus ook dat van het beroepsgeheim. Daar mag je als officier niet aan morrelen. Doe je dat toch, dan vind ik eigenlijk dat je niet op je plek zit. Je moet aan de ene kant de pijn van de nabestaanden respecteren, maar dat mag niet betekenen dat je gaat knabbelen aan het eerlijke proces en dat doe je wel op deze manier.

 

Is het wel eens bij u voorgekomen dat men verder ging dan wenselijk in het bevragen naar informatie?

Absoluut. Maar ik kan niet anders dan dat met mijn cliënt bespreken. En wanneer mijn cliënt aangeeft mij dit in vertrouwen te hebben verteld, dan houd ik mij aan mijn beroepsgeheim. Je moet het in alle gevallen in het grotere geheel van een eerlijk proces zien.

 

Denkt u dat dit soort zaken nog vaker zullen voorkomen? En ziet u dit ook als problematisch voor in de toekomst, of moeten we dit vooral zien als incident?

Dit is niet de fout van een officier van justitie, maar de fout van de (oud-)advocaat die de informatie heeft verstrekt. Ik krijg de vraag ook wel eens van een officier van justitie en mijn antwoord is dan altijd dat ik dit met mijn cliënt ga bespreken. Heel vaak ben ik het eigenlijk ook wel eens met een officier van justitie dat het niet goed is voor mijn cliënt om bijvoorbeeld voortvluchtig te zijn, en dat zeg ik ook tegen mijn cliënt, maar ik zal mij ondanks dat altijd aan mijn beroepsgeheim houden.

 

Ik vind dat er één uitzondering is op het beroepsgeheim: als een cliënt mij vertelt dat hij misdrijven zal gaan plegen waar mensen gevaar door lopen. Als ik iemand ga bijstaan, leg ik uit wat de omvang van mijn beroepsgeheim is en dan leg ik ook dit uit.

 

Soms schrijven advocaten dingen op briefjes, of fluisteren ze, omdat ze bang zijn om afgeluisterd te worden. Ik heb opgemerkt dat er qua vertrouwelijke communicatie wel de nodige problemen zijn.

Zeker. We weten ook dat er, ondanks dat het niet mag, nog steeds telefoongesprekken worden afgeluisterd.

 

Wat vindt u ervan dat mensen zo ver gaan om bewijzen te krijgen?

Wanneer een beroepsgeheim op die manier doorbroken wordt, wordt dat vaak gezien als ‘fout’. ‘Kan gebeuren’. Maar die fouten mogen gewoon niet worden gemaakt. De vertrouwelijke communicatie tussen een advocaat en een verdachte moet heilig zijn. Dat mag je niet doorbreken, en ook zeker niet in de vorm van een foutje. Wanneer je dat soort dingen gaat doen, begeef je je in de omgeving van dictaturen. Om met andere uitersten te komen: als het normaal zou zijn om mensen af te luisteren, zit je in Rusland. Dan heb je met de Poetins te maken. Dat wil je niet, daar willen mensen niet leven.

Iedereen zegt nu: als je niets te verbergen hebt, dan kun je het rustig vertellen. Maar daar denken ze allemaal anders over als ze zelf in het verdachtenbankje komen. Iedereen kan ermee te maken krijgen, iedereen kan opeens verdachte zijn. Iedereen kan een keer met een biertje te veel achter het stuur terecht komen, of te hard rijden en iemand aanrijden.

Ik heb gezien dat mensen boos op me zijn omdat ik in hun ogen de meest slechte mensen verdedig, tot ze zelf ineens aan die kant staan.

 

Ik vind dat een officier zich strikt aan zijn taak zou moeten houden en rekening moet houden met ethiek. Daarom is het in mijn ogen nog altijd ook de fout van de officier. Wat vindt u daarvan?

Ik denk niet dat een officier moet vragen: wil jij je beroepsgeheim doorbreken? Maar een officier kan wel vragen aan een advocaat: als jouw cliënt hier meer van weet, wil je dan met hem bespreken of deze dit wil vertellen of niet? Die vraag mag een officier gewoon stellen en een advocaat mag dan zeggen of hij dit wel of niet doet.

 

Mensen hebben vaak een hard oordeel over de taak van advocaten. Hoe kijkt u er tegenaan dat er zo hard wordt geoordeeld over strafrechtadvocaten?

Je krijgt als advocaat in mijn specialisme tegenwoordig regelmatig niet alleen beledigingen en harde oordelen, maar ook regelrecht bedreigingen. Dat is een tendens die ik erger heb zien worden. Ik doe dit specialisme al meer dan 26 jaar en ik heb het altijd wel zien gebeuren. Voor het eerst zag ik het heel veel gebeuren tijdens een zaak in 2007, waar veel media-aandacht voor was: de dakmoord.

Het is de laatste jaren veel erger geworden. Als ik de zaak van Nicole van den Hurk deed, kreeg ik veel bedreigingen op veel verschillende manieren: via social media, e-mails, sms’jes, noem maar op. Die zaak heeft 4,5 jaar geduurd en onze website is toen zelfs meerdere keren gehackt. En dit was niet de enige keer. Ook recentelijk met de zaak van Esmee Kortekaas. We hadden de eerste zitting gehad en toen kwamen tijdens de zitting de eerste bedreigingen al binnen.

Los van het feit dat ik het heel raar vind dat je iemand gaat bedreigen omdat die zijn werk doet, vind ik het vooral heel erg laf. Het zijn vaak mensen die vanuit hun luie stoel even snel, zonder erover na te denken, een bericht versturen. Ik ben het gewend, ik heb een dikke huid. Zoals Wim Anker dat heel mooi zei: “Van tegenwind gaat de vlieger stijgen.” Zo zie ik dat ook.

 

Ik houd van sportvergelijkingen. Toen ik 18 jaar was, mocht ik voor het eerst meedoen met het eerste voetbalelftal van de amateurclub waar ik speelde. Toen speelden we uit bij VV Leiden. Ik weet nog heel goed dat ik door een haag van supporters liep die me uitscholden en bespuugden en ik had nog nooit zo’n goede wedstrijd gespeeld.

 

Dus ik kan daartegen. Maar mensen in mijn omgeving, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn moeder: die lezen ook alles. En die kunnen r niet aan wennen. Mijn moeder kan er niet van slapen. En wanneer je erover in gesprek raakt met iemand, dan merk je ook dat ze er niet over nagedacht hebben en niet door hebben wat ze ermee doen.

Naast dat het laf is, is het ook heel dom. Mensen willen allemaal leven in een samenleving die vrij is, maar ze willen alleen de leuke kant ervan. Een eerlijk proces zien ze als ballast. Totdat ze zelf dat eerlijke proces nodig hebben. Dan ontdekken ze ook pas het belang van een advocaat.

 

Vindt u dat er voldoende wordt opgetreden tegen de bedreigingen en tegen het strafbare gedrag, of is er misschien te weinig capaciteit om dat probleem grondig aan te pakken?

Het hangt ervan af wie ertegenop zou moeten treden. Wordt er genoeg tegen opgetreden? Nee, absoluut niet. Maar dat kan ook niet. OM en politie kunnen niet alles oppakken. Het is volledig uit de klauwen gelopen als we het hebben over bedreigen op social media. Aan alle capaciteit zit een grens. Dat geldt voor de zorg, dat geldt voor rechtsmacht en dat geldt ook voor OM en politie. We willen worden beschermd tegen terroristische activiteiten, we willen dat alle zedenmisdrijven direct worden opgepakt, we willen dat er wordt opgetreden tegen de onderwereld. Als Peter R. de Vries wordt vermoord, dan zie je dat allerlei politie-eenheden uit elkaar worden getrokken om daar maar genoeg inzet te tonen.

Maar je kunt niet alles oppakken. Maar ik vind dat je wel veel meer mag verwachten van bedrijven als Facebook en Twitter. Wanneer ik een melding doe van een belediging of bedreiging, doen zij daar niks mee. Dat vind ik schandelijk. Zo’n organisatie zou veel meer moeten optreden tegen dat soort dingen. En ik vind ook dat de samenleving zelf meer in de spiegel moet kijken. We moeten onszelf meer afvragen of het wel oké is wat we doen.

 

U stelt zich op Twitter geregeld kwetsbaar op. Is dat een grote stap om te zetten voor u?

Ten eerste heeft dit met persoonlijke ontwikkeling van mijzelf te maken, denk ik. En er zit ook een strategische gedachte achter: dat mensen zo snel een bedreiging of belediging eruit gooien, omdat de advocaat wordt gezien als degene die de duivel verdedigt, maakt dat ik aan mensen wil laten zien dat ik niet alleen de man met de toga ben. Ik ben een sociaal mens met maatschappelijk bewogen gedachten. Ik heb een gezin, ik heb vrienden, ik ben niet alleen maar iemand die opkomt voor mensen die verdacht worden vreselijke dingen te hebben gedaan. Ik maak net als jullie deel uit van de samenleving. En juist daarom vind ik het noodzakelijk dat ik deze verdachten verdedig.

Vroeger deed ik social media hetzelfde als de meeste andere collega’s: alleen zakelijk. Maar nu heb ik heel bewust gekozen om het zo te doen, om te laten zien dat er een mens achter de toga zit.

Wat daarbij voor mij ook een rol speelt, is dat ik in mijn leven een aantal major life events heb meegemaakt. Zo heb ik veel te jong mijn vader verloren, ik zit in mijn derde huwelijk, er zijn er twee geklapt, en is mijn zoon Michael na 9 maanden doodgeboren. Toen een paar dingen daarvan samen kwamen, kwam er bij mij veel emotie boven. Toen ben ik gaan rouwen om dingen van vroeger en daarmee voor mijzelf aan het werk gegaan. Sindsdien sta ik mijzelf ook meer emoties toe dan toen. En die laat ik ook zien, ook volgens de eerder uitgelegde strategische keuze.

 

Zorgt deze strategische wijze van u ervoor dat meer vakgenoten u benaderen met persoonlijke zaken?

Binnen mijn kantoor is er alle ruimte om zowel zakelijk als privé dingen te bespreken die je bezighouden. Mijn vrouw werkt bij mij in het bedrijf, dus daar kan ik ook alles mee bespreken. Daarnaast heb ik een aantal vrienden waarmee ik alles kan bespreken. Met een aantal collega’s heb je zo’n band, dat je dat inderdaad doet.

 

Hoe reageren uw vakgenoten erop dat u vaak te zien bent als gast bij VI Vandaag?

Als ik bij Op1 kwam, was het geregeld zo dat ik daarna beledigingen of bedreigingen kreeg. Dat heb ik nog nooit gehad naar aanleiding van optredens bij VI. Sterker nog: ik krijg ongevraagd van mensen die ik helemaal niet ken heel veel positieve reacties.

Van vakgenoten is het wisselend. Nu krijg ik veel positieve reacties, maar ik heb ook wel veel vragen gekregen waarom ik daar naartoe ging. Na mijn uitleg, heb ik tot nu toe de indruk dat mensen het begrijpen. Maar wat mij ook opviel, is dat ik na ‘’kaarsgate’’ op rechtbanken kwam en bijna onophoudelijk werd aangesproken door officieren, rechters, gerechtsbodes. Iedereen daar vond dat ik ervoor moest zorgen dat VI terug op de buis kwam. Nu wil ik niet zeggen dat ik daar invloed op had, maar erg veel mensen wilden dat het terugkwam.

Ook daar heb ik een ontwikkeling in doorgemaakt. Ik weet nog goed dat Bram Moskowicz jaren geleden begon bij RTL Boulevard. Toen dacht ik: dat moet hij niet doen. Tot hij uitlegde waarom hij dat deed. Eén van die dingen was dat hij op deze manier het strafrecht toegankelijker maakte voor het grotere publiek. Toen ben ik gaan kantelen op dat vlak.

 

Toen PowNed begon, ben ik ook wel eens gevraagd om te becommentariëren. Toen heb ik gezegd dat ik dat niet wilde, omdat ik ze te veel in de rechtse hoek vond zitten. Inmiddels doe ik dat wel.

Toen VI mij voor de eerste keer belde, heb ik me ook de vraag gesteld of ik dit wel of niet ging doen. Ik werd daar de eerste keer gevraagd om als deskundige over The Voice te praten. Als ik daar zat, ging het grotendeels om mijn vakgebied. Dat heb ik willen doen om nuance aan te brengen en om een ander publiek te bereiken dan bij Op1, NRC’s en dergelijke. En nu zit ik niet meer alleen aan de bar waar het slechts over mijn vakgebied gaat, maar ook aan de tafel, waar het ook over andere dingen gaat. En ik vind dit simpelweg ook gewoon erg leuk om te doen. Dat komt ook door de sfeer. Iedereen achter de schermen, samen met Wilfred, Rene en Johan maken dat het voor mij ontzettend makkelijk is me daar als een vis in het water te voelen.

 

Wat mij opviel, was dat toen we het over The Voice hadden, en over Overmars met zijn dick-pick-affaire, bij VI in mijn beleving meer dan elders een genuanceerd geluid werd gehoord. Niet alleen maar meegaan met de volkswoede, maar daar werd ook de vraag gesteld of we niet even moesten wachten met het veroordelen van mensen als Ali B en Marco Borsato totdat de rechter had gesproken. En of Overmars niet gewoon weer deel moest uitmaken van de samenleving in plaats van hem te cancelen. En dat kwam echt niet alleen van mij, maar ook van die drie andere mannen. Ik vind dat zinvol en belangrijk, maar daarnaast zit ik er dus inmiddels ook gewoon omdat ik het erg leuk vind. Ik vind de combinatie van serieuze onderwerpen met de humor fantastisch.

 

Adcovaten zeggen vaak van officiers en rechters dat ze in een ivoren toren leven, maar ik vind dat dit ook geldt voor advocaten. Meedoen aan VI betekent voor mij dat ik uit mijn ivoren torentje ben gekomen. Ik heb een bredere blik gekregen. Ik heb door dit programma ook simpelweg meer lol. Ik ben een advocaat, maar dat niet alleen: ik ben ook wat anders, en dat laat ik zien. Daar heb ik plezier in.

 

Waar ligt voor u de grens in hoever een programma kan gaan qua humor?

Ik had het een keer in een uitzending met René van der Gijp over Will Smith. Waar ligt de grens? Dat zit niet in beton gegoten. Als je het me nu vraagt, krijg je een ander antwoord dan wanneer je me het volgende maand vraagt. In die uitzending zei René dat je alle grappen moet kunnen maken. Het ging over een grap die was gemaakt over de zieke vrouw van Will Smith tijdens de uitreiking van een Oscar. Ik vond dat over de grens.

Je kunt je afvragen: wat is VI? Is het een talkshow? Is het een show met serieuze onderwerpen waarbij het soms cabaret is? Ik dacht tot voor kort: als ze nou eens hele scherpe grappen gaan maken over homo’s in dat programma, waar ze ook een verleden mee hebben, dan moet ik niet gaan lachen. Maar een homo zei laatst tegen mij: maar als ik daar zit en er wordt een grap over mij gemaakt, dan ga ik mee lachen. Want ze moeten die grap wel durven maken als ik daar zit. Als ze me zielig vinden en die grap daarom niet meer gaan maken, dan vind ik het pas vervelend.

Ik wil hiermee zeggen: de grens schuift ook voor mij op.

 

Het is goed om kwesties te belichten van een ander perspectief. Ik denk dat het goed is om tegenspraak te bieden en over sentiment in gesprek te gaan.

Als je ziet hoeveel kijkers het programma VI heeft, en hoeveel kijkers SBS verloor toen ze van de buis waren, dan denk ik: je moet niet al die mensen cancelen. Je doet dat niet alleen met het programma, maar hebt alle mensen er mee die er wel graag naar kijken. Ik vind dat er te weinig van dit soort programma’s zijn. De laatste jaren vind ik de meeste talkshows minder leuk dan vroeger. Barend en Van Dorp, Pauw en Witteman, daar had je ook wat je nu bij VI hebt. Dat mensen scherper durven te zijn, dat mensen meer durven. Dat is in de loop van de jaren steeds meer verdwenen. Scherpe humor, maar ook gesprekken waarbij je soms over de grens gaat geven ook diepgang bij sommige onderwerpen. Wilfred zegt het zo: “De mooiste bloemen groeien langs het ravijn. Soms val je erin en dan krabbel je er weer uit”.

 

Hoe kijkt u dan bijvoorbeeld aan tegen Boos en die vorm van journalistiek?

Ogenschijnlijk zat het goed in elkaar. Maar uiteindelijk toch niet. Het is een eenzijdige monoloog van aanklachten tegen die mensen. Enerzijds is het goed omdat daarmee zaken aan de kaak worden gesteld, maar er is onvoldoende ruimte geweest in die uitzending voor de nuance van het tegengeluid. Dat is het gevaar van dit soort programma’s: men is mensen als Ali B direct gaan cancelen. Dat is sowieso fout, maar helemaal als een rechter nog niet eens sprak.

Ik vind dat wanneer je zegt slachtoffer te zijn van dit soort zaken, je de volgende route zou moeten bewandelen: je gaat naar je werkgever en als je het een misdrijf vindt, ga je naar de politie. En wanneer die twee elementen onvoldoende doen, begrijp ik dat je aandacht gaat genereren bij een journalist. Maar dan vind ik wel dat er in zo’n programma genoeg nuance moet zijn voor beide kanten van het verhaal.

 

De advocaat van Ali B, Zwier, merkte op dat een aantal details niet hoorden in zo’n programma. Hoe denkt u daarover?

Dat klopt. Die details kunnen schadelijk zijn voor het verloop van het onderzoek. Iedere advocaat vergelijkt de details die zijn besproken met wat hij in het dossier aantreft. Ziet hij daar verschillen in, dan gaat hij zeggen dat de verklaring onbetrouwbaar is.

En het kan natuurlijk dat slachtoffers door de uitzending hun verhaal ook durven vertellen. En dan is het de vraag of de details die zij vertellen uit hun herinnering komen, of uit hetgeen zij in de uitzending hebben gezien.

Kortom: er zijn meerdere redenen waarom zo’n uitzending negatieve gevolgen voor strafrechtelijk onderzoek kan hebben.

 

Heeft u nog een boodschap voor de lezers van dit interview?

Heb een open blik en blijf daaraan werken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.