Interview met Diederik Gommers

Prof. dr. Diederik Gommers, intensivist in het academisch ziekenhuis Erasmus MC in Rotterdam is sinds Nederland in de coronapandemie terechtkwam een bekende Nederlander geworden. Na zijn studie geneeskunde in Gent en Rotterdam, specialiseerde Dr. Gommers zich in intensive care geneeskunde in Amsterdam en hij is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC). Als gezicht van deze vereniging, lid van het Outbreak Management Team (OMT) en expert op het gebied van beademing is dr. Gommers inmiddels een graag geziene gast in verschillende talkshows. Met zijn rustige verschijning weet hij daar rondom COVID, vaccins en de IC-capaciteit deze soms ingewikkelde materie voor iedereen te verduidelijken. Actueel Nieuws stelde hem in de serie interviews met interessante mensen een aantal vragen rondom de ontwikkelingen met betrekking tot de coronacrisis en de vaccinatiestrategie. 

Kunt u voor onze lezers die u misschien nog niet kennen, iets over uzelf vertellen?

“Ik werk bij het Erasmus MC in Rotterdam, daar ben ik hoofd van de afdeling Intensive Care Volwassenen. In die hoedanigheid vond ik dat ik eigenlijk ook een bijdrage moest leveren aan de vereniging van Intensivisten, de NVIC, omdat ik als doel heb ons specialisme ook buiten de ziekenhuizen meer bekendheid te geven en te professionaliseren. Binnen de ziekenhuiswereld heeft ons vakgebied wel aanzien, daar is het mensen duidelijk wie je moet bellen als het gaat over de intensive care, maar buiten de ziekenhuizen zijn wij geen zelfstandig specialisme. Nu kun je je dat bijna niet meer voorstellen na COVID, maar voor deze crisis waren wij geen volwaardig lid van de medisch specialisten, maar een soort subspecialisme onder diverse moederspecialismen. Om ons vakgebied verder te ontwikkelen wilde ik voorzitter worden van de NVIC en zorgen dat wij verder zouden professionaliseren op weg naar een zelfstandig specialisme. Om dat te bereiken moet je een aanvraag doen bij het CGS (College Geneeskundige Specialismen, red.), die door de minister van Volksgezondheid bekrachtigd moet worden. Toen COVID uitbrak, heb ik een brief geschreven naar alle leden van de NVIC, om aan te geven dat dit het moment was om te laten zien dat wij professionals zijn, dat je met ons zaken kan doen en dat wij een betrouwbare gesprekpartner zijn, maar dat we dan als één front naar buiten moesten treden bij monde van de voorzitter. Daar heb ik bij vermeld dat als mensen niet tevreden zouden zijn, dat ze dan een andere voorzitter moesten kiezen. Dit alles niet wetende dat de intensive care door COVID zo ongelooflijk belangrijk zou worden, we ons daardoor zo hebben kunnen positioneren en ik als voorzitter zoveel aandacht zou krijgen. Dat is een mooie bijkomstigheid, maar belangrijk om mijn doel te bereiken. Inmiddels weet elke Nederlander wat intensive care is en bijna iedereen kent de NVIC en de voorzitter. Los van de crisis is het voor ons als intensivisten dus ook een ongelooflijk mooie gelegenheid geweest om ons visitekaartje af te geven.”

U bent natuurlijk inmiddels een van de bekendste mensen die in de zorg werken, is het volgens u ook gelukt het juiste visitekaartje af te geven in het afgelopen jaar?

“Jazeker! Ik ben echt blij dat wij hebben mogen uitleggen wat intensive care geneeskunde is en dat mensen er nu over nadenken wat ze wel en niet meer willen als ze onverhoopt op de Intensive Care terecht komen, dat laatste vinden we als intensivisten altijd al heel belangrijk. Als beleidsmakers nu iets horen dat over de IC gaat, maken ze de koppeling met de NVIC en niet meer met de internisten of de anesthesiologen vereniging en in de tussentijd zijn we sinds 1 april van dit jaar ook volwaardig lid geworden van de federatie medisch specialisten, de FMS. We hebben voor ons vakgebied dus hele mooie stappen gezet, waar ik echt trots op ben. Om dit te bereiken hebben we samengewerkt, met alle 75 intensive care afdelingen en dat waren we ook niet zo gewend. Intensivisten zijn mensen die in moeilijke situaties snel een besluit moeten nemen, wat vaak veel sterke meningen oplevert, maar ik vind dat we ons als groep nu naar buiten heel professioneel hebben gedragen.”

U hebt al eerder in de media aangegeven dat u zich soms onvoldoende begrepen voelt als er wordt versoepeld als de IC’s nog veel te vol zijn. Nu worden er verschillende maatregelen versoepeld terwijl het OMT advies was daar nog even mee te wachten, hoe kijkt u daar tegenaan?

“Wat wel lastig is, ik ben voorzitter van de NVIC én van het Outbreak Management Team (OMT) van de RIVM. Dat laatste is een Outbreak Management Team dat gaat over infectieziekten. Omdat patiënten met COVID zo in groten getale op de IC terechtkwamen, wat normaal gesproken nooit het geval is, ben ik gevraagd om plaats te nemen in een uitgebreide OMT van de RIVM. In dat team wordt gesproken over infectieziekten en de bestrijding van infectieziekten, waar microbiologen, infectiologen en virologen veel meer expert in zijn. Ik neem deel aan de discussie vanuit mijn expertise met betrekking tot de intensive care en het ziektebeeld, maar ook de capaciteit op de IC en de situatie daar. De intensive care capaciteit is zo beperkt en kunnen we ook maar beperkt opschalen, daardoor merk je dat je veel aandacht krijgt en dat de situatie voor de IC soms heel moeilijk kan zijn, maar ik voel me toch absoluut gehoord binnen de vergadering van het OMT. Het OMT geeft een advies aan het kabinet, in dit geval het demissionair kabinet en het is vervolgens aan hen om op basis van alle adviezen die ze krijgen, waarvan dat van het OMT er maar één is, een besluit te nemen. 

In het verleden is het wel eens voorgekomen dat de Minister-President of de Minister van Volksgezondheid zich verschuilden door te zeggen ‘Maar dat is het advies van het OMT’ of ‘wij staan achter het OMT’ en daardoor leek het dan of alle adviezen van het OMT ook de afspraken waren, maar zo is het natuurlijk niet. Omdat het over een infectieziekte gaat en er heel veel experts aan tafel zitten, moet je wel van goeden huize komen om het OMT-advies naast je neer te leggen. Onlangs heeft het demissionair kabinet voor het eerst het OMT-advies niet helemaal overgenomen zoals het bedoeld was. Er werd een datum genoemd voor versoepelingen waar wij van het OMT hadden geadviseerd aan toe te voegen ‘mits de daling is ingezet’, maar dat zinnetje hadden ze weggelaten. Namens de intensivisten maakte ik mij wel zorgen omdat we al zo lang zo goed bezig waren. Voor ons was dat zinnetje wel belangrijk, maar ik vind dat het kabinet op goede gronden natuurlijk gewoon besluiten moet nemen. Persoonlijk of namens de intensivisten of als voorzitter van de vereniging kan ik daar iets van vinden, maar het kabinet heeft meerdere belangen. Ik kan me er daarom heel goed in vinden dat het kabinet soms vanwege andere belangen adviezen niet helemaal overneemt. Wij geven een advies en vertellen erbij waarom je bepaalde dingen wel of niet moet doen, zoals bijvoorbeeld met de openstelling van de scholen, daardoor weet je dat het aantal besmettingen toeneemt onder jeugdigen. Dan bestaat het risico dat die jeugdigen vervolgens mensen infecteren die (nog) niet gevaccineerd zijn en kan het dus gebeuren dat de druk op de ziekenhuizen niet helemaal daalt tot nul, maar ook in de zomermaanden op een bepaald niveau blijft steken. Wij hebben dus geadviseerd dat dat onwenselijk is, maar het kabinet heeft behalve die bezetting in de ziekenhuizen ook nog andere afwegingen. Dat waardeer ik, in een democratie moet je meerdere afwegingen maken. Dat doet het kabinet dan ook.”

Dan is het volgende onderwerp waar ik het met u over wil hebben, de testsamenleving. Onlangs is er een wet door de Eerste Kamer gekomen, met betrekking tot quarantaineplicht en het toegangstesten. Wat is uw mening daarover?

“Daar ben ik niet zo’n expert in. Ik kijk naar de situatie vanuit mijn medische achtergrond en vanuit de druk op de IC en ik ben heel erg blij dat die nu hard daalt. Wat ik belangrijk vind, is dat we leren van eerdere situaties. Vorig jaar in de zomer hadden we ook een laag aantal besmettingen en waren we er allemaal aan toe om op vakantie te gaan. We waren alleen nog niet zover dat we massaal konden testen en we hadden ook nog niet de beschikking over een vaccin. Helaas ging het aantal besmettingen toen in het najaar weer omhoog. Dat is nu allemaal veranderd en wat je nu ziet, is dat oudere mensen niet meer naar de intensive care komen. Dat vaccineren heeft dus absoluut effect, wat je ook ziet in andere landen. Vaccineren is ongelooflijk belangrijk, maar ik kan ook begrijpen dat mensen zich vanwege de kans op bijwerkingen zorgen maken of ze zich wel moeten laten vaccineren. De kans op bijwerkingen is uiterst zeldzaam bij bepaalde vaccins en ik kan het heel goed uitleggen, maar als je daar problemen mee hebt, vind ik ook dat mensen moeten kunnen zeggen, ik doe het niet. Het is jouw lichaam, jij bent de baas over je eigen lichaam. Ik vind dat heel belangrijk. Als je mensen de vrijheid wil geven over vaccineren, maar natuurlijk niet wilt dat er uitbraken komen, dan vind ik testen een goede aanvulling voor mensen die om wat voor reden dan ook zich niet laten vaccineren. Of uitgebreid testen helpt en het dus goed is dat we daar heel veel geld aan uitgeven, dat vind ik een lastige. Ik heb persoonlijk meer vertrouwen in vaccineren en testen voor mensen die zich niet gevaccineerd hebben. Maar het uitgebreid testen van jonge mensen om naar een voetbalstadion te gaan, of naar een concert en daar heel veel geld aan uitgeven, ik zou liever hebben dat in de toekomst de meeste mensen zijn gevaccineerd. Massaal testen is volgens mij een schijnveiligheid. De test kan op een bepaald moment negatief zijn, maar dat kan dan vals negatief zijn en het blijft ook altijd een momentopname.”

Het OMT voorspelt dat er misschien in het najaar weer een lockdown nodig is. Dan zijn dus in het najaar heel veel mensen gevaccineerd en is er mogelijk toch een maatregel nodig. Kunt u daar iets over zeggen?

“Ik denk dat je niet opnieuw angst moet zaaien, maar dat je wel goede informatie moet geven. Een situatie zoals waarin we nu zitten hebben we nog nooit eerder meegemaakt en we zijn in een fase gekomen dat zoveel mogelijk mensen een besluit moeten nemen, of ze zich wel of niet laten vaccineren. Ik hoop natuurlijk dat ze ervoor kiezen om dat wel te doen, maar sommige mensen willen zich nu niet laten vaccineren met een vector-vaccin (Astra Zeneca of Janssen, red.) maar willen liever een mRNA-vaccin (Pfizer of Moderna, red.). Ik zou er daarom echt een groot voorstander van zijn dat de mogelijkheid nog komt dat mensen zelf kunnen kiezen welk vaccin ze nemen. Als we de hele vaccinatieronde dan achter de rug hebben, hoop ik gewoon dat we daarmee beschermd zijn (kudde-immuniteit). Normaal gezien is er dan nog maar een hele kleine kans dat er nog een uitbraak komt. Het risico is alleen, dat iedere keer als dat virus zich vermenigvuldigt, er veranderingen optreden met uiteindelijk risico op een nieuwe variant. Dat hoort bij virussen en is ook helemaal niet verontrustend. Soms kan die verandering in het virus betekenen dat het eigenlijk niet meer besmettelijk is voor mensen en dan dooft het virus uit, maar het kan ook zo zijn dat het virus verandert en onze antistoffen er niet meer goed tegen werken. Gelukkig hebben we wel twee soorten afweer. Antistoffen vormen de ene soort en dan hebben we ook nog de cellulaire afweer met de T-cel, een soort geheugencellen. Het blijkt nu uit een recente Rotterdamse studie, dat als je antistoffen niet werken bij een variant, je cellulaire afweer nog wel werkt. Als je voldoende antistoffen hebt, ben je ook beschermd tegen de India-variant en de Braziliaanse variant, dus op dit moment is er geen reden om angstig te zijn voor de winter. Wij medici, de mensen van het OMT, virologen en beleidsmakers moeten alleen wel voorbereid zijn, mocht het toch tegenvallen. Ik voel me verantwoordelijk voor de capaciteit van de intensive care en ik vind dus dat we moeten kijken naar wat we hebben geleerd van de afgelopen periode met COVID, naar hoe we die IC capaciteit snel weer kunnen opschalen als dat nodig mocht zijn. Ik verwacht dat dat een veel lagere opschaling zal zijn dan wat we tot nu toe gedaan hebben, maar je wilt wel je voorbereiding getroffen hebben voor het geval er toch een mutatie zou komen. 

Het zou zomaar kunnen dat er volgend jaar in de winter toch weer een bepaalde mutatie in Nederland terugkomt en dat daar een aantal mensen gevoelig voor is. Ik verwacht dan dat je daardoor misschien, net als bij een stevig griepseizoen, iets meer mensen ziet in de ziekenhuizen en op de intensive cares en dat de intensive cares drukker zullen zijn. Ook in een ernstig griepseizoen zijn de IC’s druk, moeten we soms operaties afzeggen en hebben we eigenlijk honderd of tweehonderd bedden extra nodig, maar ik verwacht geen grote crisis zoals we gehad hebben in 2020. Ik vind het wel goed dat professionals erover nadenken en goede maatregelen treffen, zodat we niet weer de hele economie hoeven platleggen. Van de zorgmedewerkers mag je verwachten dat ze zich zo goed mogelijk voorbereiden op iets wat hopelijk niet gaat komen.”

In de media doen inmiddels allerlei verhalen de ronde over aerosolen. Denkt u dat corona zich via aerosolen verspreidt?

“Waarschijnlijk is het een combinatie van zowel druppeltjes als aerosolen. Er werden mensen ziek en de afgelopen tijd hebben we ons af en toe zorgen gemaakt over hoeveel mensen er buiten dicht op elkaar stonden. Dat gaf tot nu toe wel toename van besmettingen, maar veel minder dan we verwacht hadden. Ik denk dus ook dat je buiten minder gevaar loopt op besmetting dan binnen, maar als het virus zich alleen zou verspreiden via aerosolen, zou je veel meer besmettingen hebben gehad. Aerosolen gaan namelijk door de lucht en zijn dus veel besmettelijker dan waterdruppeltjes. Waterdruppeltjes in de buitensituatie worden sneller verdund en blijkbaar is een bepaalde minimale hoeveelheid virus nodig om ziek van te worden. Voor ieder mens is die hoeveelheid ook weer verschillend, dus waarschijnlijk gaat het om een combinatie van factoren. We moeten dus gewoon accepteren dat verspreiding wordt veroorzaakt door én druppels én aërosolen. Als ik de experts mag geloven, vormt die druppel daarvan de grootste bron, maar is het niet de enige en dat is volgens mij in 2020 wel een beetje beweerd. We hebben nu meer informatie en zijn tot de conclusie gekomen dat verspreiding ook plaatsvindt via aerosolen. In ieder geval is nu wel duidelijk dat er meer besmettingen plaatsvinden in de situatie binnen en dat je daarom goed moet ventileren.”

Dan wil ik het met u ook nog even hebben over het vaccinatietempo. Misschien heeft u ook de uitzending van College Tour met Marcel Levi gezien waarin gesteld werd dat het vaccinatietempo in Nederland veel sneller had gemoeten. Wat vindt u daarvan?

“Ik had gehoopt dat het sneller zou gaan. Eind april was de situatie best spannend, toen kwamen we in de buurt van het maximale aantal IC-bedden en ik had liever gezien dat we die spanning niet gehad zouden hebben. Nu het aantal besmettingen weer heel hard daalt, denk ik, we doen het met elkaar, er zijn best zaken die anders hadden gekund, maar we doen allemaal ons best. Als je iets meer tempo in de vaccinaties had gehad, had je wat eerder kunnen versoepelen en dat vind ik wel moeilijk. Heel veel mensen zijn afhankelijk van hun bedrijf en iedere week dat je langer moet wachten, komen zij meer in de problemen. Vanuit dat gezichtspunt was het misschien belangrijk geweest om wat meer tempo te maken. Een hoger tempo was ook mogelijk geweest, maar dan moet je wel voldoende vaccins hebben. Op dit moment zie je hoe snel we kunnen vaccineren, maar nu zijn er meer vaccins beschikbaar. Misschien hadden we, zoals Marcel Levi stelde, wat agressiever moeten inkopen, zoals de Engelsen gedaan hebben. Hun manier van crisisaanpak kwam op mij wel goed over. Misschien hadden we het in Nederland ook zo kunnen doen, maar wij waren iets voorzichtiger.”

De laatste tijd doen weer verhalen de ronde dat corona uit een laboratorium komt. Hoe denkt u over zulke theorieën?

“Voor mij als intensivist maakt het niet zoveel uit waar het virus vandaan komt. Ik vind het belangrijk dat we proberen dat uit te zoeken, maar meer in het licht van hoe voorkomen kan worden dat we nog eens een uitbraak krijgen. Ik vind het oninteressant om te wijzen. Wetenschappelijk gezien zou het eenvoudiger zijn als COVID inderdaad uit een laboratorium afkomstig is. Als het virus vanuit de natuur komt, van wilde dieren, dan komt dat omdat we als mens dichter bij de wilde beesten leven of omdat we ze consumeren, dat is dan een veel groter vraagstuk. We leven ook met steeds meer mensen dicht bij elkaar en bij wilde dieren en hebben daarnaast nog te maken met de verandering van het klimaat. We moeten het denk ik daarom groter zien, investeren in het fabriceren van een soort basisvaccin tegen de verschillende families van virussen. Als er iets positiefs uit deze crisis te halen is, dan is dat wel hoe snel we iets opgelost kunnen krijgen als we veel investeren en met veel mensen samenwerken aan een probleem.”

Dan komen we aan mijn laatste vraag die ik aan iedere geïnterviewde stel, heeft u nog een boodschap voor de lezers van dit interview?

“Dat ik echt trots ben op hoe we dit met elkaar gedaan hebben! Je kunt altijd zeggen, het kon beter, maar ik vind dat als je ziet met wat voor virus we te maken hebben en hoe moeilijk virussen te bestrijden zijn, dan hebben we het goed gedaan samen. We hebben alle problemen opgelost door samen te werken en daarom ben ik eigenlijk gewoon trots op de Nederlander. Ik vind echt dat iedereen zichzelf een schouderklopje mag geven.”

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.