Interview met Brigitte Roodveldt

Vandaag in onze serie interviews met interessante mensen: Brigitte Roodveldt, een strafrechtadvocate met een lange en indrukwekkende carrière. Nadat zij haar opleiding binnen de rechterlijke macht had afgerond, koos ze uiteindelijk voor de advocatuur. Daarin heeft ze als strafpleiter ervaring opgedaan binnen verschillende bekende kantoren, waaronder bij Cleerdin & Hamer en Spong. Mr. Roodveldt runt op dit moment met haar twee compagnons Bouwman Roodveldt Kapinga Strafrechtadvocaten (BRK-advocaten) in Zaandam, een strafrechtpraktijk die zich heeft toegelegd op zedenzaken, levensdelicten en zaken die te maken hebben met mensen waarbij sprake is van een psychiatrisch ziektebeeld. Gedwongen opnames of oplegging van TBS zijn daarbij regelmatig aan de orde. Daarnaast heeft mr. Roodveldt ook de bevoegdheid die is vereist om minderjarigen te mogen bijstaan en begeleidt zij in het jeugdrecht in die hoedanigheid minderjarigen die worden verdacht van het plegen van een strafbaar feit. 

Mr. Roodveldt is enthousiast en gedreven en beschikt over gedegen juridische kennis, die zij in combinatie met het vermogen veel kennis uit een dossier op te nemen inzet om een effectieve verdedigingsstrategie voor haar cliënten samen te stellen. In 2016 werd ze zelfs genomineerd als beste vrouwelijke strafrechtadvocaat van Noord-Nederland. Naast haar werkzaamheden als advocaat was ze tien jaar lang lid van de Raad van Discipline en is ze op dit moment nog lid van de Nederlandse Orde van Advocaten in Noord-Holland. Daar is zij portefeuillehouder strafrecht. Tevens is ze aangesloten bij de Vereniging van Psychiatrisch Patiëntenrecht Advocaten Nederland (vPAN). Mr. Roodveldt is kortom zeer druk bezet en van tijd voor een privéleven is bij haar nauwelijks sprake. Wij vroegen haar onder andere naar haar mening over de gang van zaken in het Nederlandse strafrecht en de misdaadjournalistiek. 

Kunt u iets over uw carrière als advocaat vertellen? Ik las dat u ook rechter-plaatsvervanger bent. 

“Ja, dat klopt. Ik kom net van de rechtbank Almelo waar ik plaatsvervanger ben. Ik moest wat praktische zaken regelen. Ik ben recent beëdigd en heb nog geen zitting gedaan. Ik ben afgestudeerd in november 1990. Daarna had ik meteen een baan, ik heb een half jaar bij de DAS rechtsbijstand gewerkt en terwijl ik daar werkte liep er nog een sollicitatie bij de rechterlijke macht. Daar waren 500 gegadigden voor, dus ik had nooit gedacht dat ze mij zouden gaan aannemen. Toch behoorde ik tot de ‘lucky 25’. Toen ben ik dus raio (Rechterlijk ambtenaar in opleiding, red.) geworden vanaf april ‘91. Die opleiding bestaat niet meer, maar het was een hele brede opleiding waarbij je uiteindelijk kon kiezen of je naar het openbaar ministerie wilde of naar de rechtbank. Ik heb hem helemaal afgemaakt, maar daarna ben ik eruitgestapt en in de advocatuur blijven hangen. Eerst heb ik een jaartje of tien gewerkt bij Veraart de Granada, destijds het grootste strafrechtkantoor van Alkmaar. Dat kantoor had een specialisatie in zedenrecht, dus ik ben echt grootgebracht in zedenzaken. Daarna heb ik nog negen jaar bij Cleerdin en Hamer gewerkt – het grootste strafrechtkantoor van Nederland – en vier jaar in Haarlem bij Spong.” 

Hoe was dat, om bij zo’n bekend kantoor als Spong te werken? 

“Dat was heel erg leuk. Het is grappig, want als je werkt bij een kantoor van naam, heeft dat een voordeel en een nadeel. Het voordeel als je ergens een visitekaartje met de naam Spong erop

neerlegt, is dat mensen ‘o wauw’ denken en de deur vrij snel opengaat. Het nadeel is dan weer dat er ook meteen een heel hoog verwachtingspatroon is. Mensen denken ‘die werkt bij Spong, dus die moet wel goed zijn’ of ‘je werkt bij Spong, dus dan kunnen we wel wat van je verwachten’. Na vier jaar is dat kantoor van Spong in Haarlem gesloten. Toen heb ik nog twee jaar bij FTW gewerkt, een vrij klein kantoor in Koog aan de Zaan. Na 28 jaar dienstverband heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik met twee confrères een eigen kantoor begonnen. Dat is tot nu toe eigenlijk het allerleukste wat ik ooit heb gedaan.” 

Wat is het voordeel van het hebben van een eigen kantoor? 

“Dat je zelf kunt bepalen wat je wel en niet doet. Op een gegeven moment – ik was natuurlijk al wat ouder – werk je voor mensen die een stuk jonger zijn. Wat helemaal geen probleem hoeft te zijn, maar je bent wel in dienst. Je moet je dus de hele tijd verantwoorden voor wat je doet. Op een gegeven moment, als je wat ouder bent, denk je ‘ik heb alles wel gezien en gedaan’. Je moet er maar vanuit gaan dat ik mijn tijd goed indeel en gewoon mijn uurtjes maak. Ik maak mijn uurtjes op het moment dat ik het wil. Als ik ’s ochtend zin heb om te gaan sporten en mijn agenda laat het toe, dan ga ik sporten. Dat betekent dan wel dat ik ’s avonds nog twee of drie uur met mijn laptop op de bank zit, maar dat bepaal ik zelf. Als je in loondienst bent, word je wel geacht ’s morgens gewoon om 09:00 op kantoor te zijn. Dat stukje vrijheid dat je hebt als je een eigen kantoor hebt, los van dat je wel afstemt met je kantoorgenoten, vind ik onbetaalbaar.” 

Zijn er ook zaken die u niet wilt verdedigen? 

“Er zijn niet heel veel zaken die ik niet wil verdedigen. Wat ik zelf gewoon een heel naar delict vind – ik kan niet zo goed uitleggen waarom -, zijn zaken waarbij iemand een ander in brand steekt. Dat vind ik echt het gruwelijkste wat je iemand kunt aandoen. Daar zou ik dan wel moeite mee hebben, omdat ik het delict zo afschuwelijk vind. Dat klinkt misschien gek, want ik doe ook heel veel zedenzaken en dat is natuurlijk ook afschuwelijk, maar ik denk dat ik die zedenzaken kan doen omdat ik zelf geen kinderen heb. Dat dat het dan makkelijker maakt.” 

Er is sinds maart ontzettend veel veranderd in de wereld, wat is het effect van corona op uw werkzaamheden? 

“Dat effect is wel vrij groot. We hebben geleerd dat we digitaal heel veel kunnen. Dat is aan de ene kant heel handig. Als we normaal gesproken naar het politiebureau geroepen worden, springen we in de auto en gaan we. Nu hebben we gemerkt dat we ook best in kleinere zaken verhoorbijstand kunnen geven op afstand en dat de rechtbank ook wat flexibeler is. Heel veel zaken kunnen schriftelijk worden afgedaan, zonder dat je per se naar de zitting moet of dat je cliënt er moet zijn. Dat is een voordeel en dat is aan de andere kant ook een nadeel. 

Naast het strafrecht doe ik namelijk ook zaken waar het mensen betreft met een psychiatrisch ziektebeeld of zaken van mensen die gedwongen zijn opgenomen of een zorgmachtiging krijgen. Die zaken gaan vooralsnog nog steeds allemaal telefonisch en dat vind ik heel erg lastig. Heel erg moeilijk is het juist voor dat soort kwetsbare mensen, die dan telefonisch een rechter, een advocaat, hulpverlening en een arts aan de lijn krijgen. Dat varieert van mensen die psychotisch zijn en geen

idee hebben wat ze doen, tot mensen van in de 90 die zwaar dement zijn en die wel hun huis uitgaan nadat de rechter heeft gesproken. Dat is een heel ingrijpende beslissing en dat gaat dan even telefonisch. Ik weet heus wel dat er goed wordt nagedacht door de rechtbank over dit soort zaken en dat die beslissing ook was gevallen als we die persoon in kwestie hadden gezien, maar juist bij dit soort zwakkeren in de samenleving vind ik dat het belangrijk is dat je die boodschap persoonlijk aan mensen brengt en dan vind ik de telefoon niet een heel goed middel. 

Dat is er dus veranderd. Daarnaast merk ik dat er sprake is van toenemend aantal psychiatrische patiënten. Mijn psychiatriepraktijk is echt toegenomen in coronatijd. Dat komt misschien door de nieuwe wet sinds 1 januari, maar ook door corona, omdat heel veel mensen die al kwetsbaar zijn het psychisch erg moeilijk hebben. Het leidt tot meer machtigingen en opnames en daarnaast zie ik ook – het lijkt in ieder geval wel zo, ik kan dat niet statistisch onderbouwen – dat mensen steeds zwaardere delicten lijken te gaan plegen. Waar je vroeger nog dacht ‘ik heb geen eten, ik steel een pak vlees en een pak vla en dan heb ik even wat’, gaan mensen nu heel erg over tot het beroven van anderen. Vooral internetoplichting is heel erg opgekomen, waarbij vooral oudere mensen zwaar gedupeerd worden om zo snel mogelijk veel geld te kunnen incasseren.” 

Is de situatie van gedetineerden ook achteruitgegaan tijdens de coronaperiode? 

“Ja, die is zeker achteruitgegaan. We hebben een hele tijd gehad, het begin van de coronatijd, waarin die mensen geen bezoek kregen. Noch van hun advocaat, noch van familie. Contact met de advocaat kan dan allemaal wel telefonisch als het moet. Het is vaak onhandig, maar het kan wel. Dat je je familie niet kunt zien, je kinderen, dat is echter heel erg. Op een gegeven moment konden we wel praten via Skype, maar die verbinding is echt alsof we in het jaar nu leven. Ik heb ook wel geprobeerd om met cliënten te skypen in de avond, maar dat lukte voor geen meter. Uiteindelijk mochten advocaten cliënten wel bezoeken, maar alleen als er een kamertje in orde was gemaakt en er een spatschermpje was. In Vught gaat het redelijk makkelijk, omdat ze daar beter uitgerust zijn met die spullen dan in andere gevangenissen. Er was echter ook vaak onrust onder de gedetineerden als bleek dat er iemand besmet was met corona en ze in quarantaine moesten, waardoor ze afgescheiden werden en nog minder bezoek mochten ontvangen. Ze hadden dan nog minder mogelijkheden. Voor gedetineerden is deze tijd dus wel echt lastig.” 

Hoe denkt u over de resocialisatie van gedetineerden? 

“Op papier is het allemaal goed geregeld, maar in de praktijk gaat het niet altijd zoals het conform dat papiertje zou moeten gaan. Zoals het nu gaat met faseren, is er eigenlijk best een heel goed plan van aanpak. De gedetineerde moet daar echter wel voor openstaan. Het gebeurt best vaak dat je als gedetineerde in vrijheid wordt gesteld en voor de poort van de gevangenis staat in de hoop dat je wordt opgehaald. Het is niet altijd goed geregeld als iemand vrijkomt. Dat kan natuurlijk ook niet, dat er voor iedereen een woning, uitkering, begeleiding en opvang is. Dat idee is er echter wel en men wil die mensen ook steeds meer resocialiseren en terugbrengen naar de maatschappij. Als ik dan de nieuwe vi wet (voorwaardelijke invrijheidstelling, red.) bekijk, die per 1 mei 2021 zou moeten gaan gelden, wordt dat faseren echter wel teruggebracht. Ik heb die wet nog niet helemaal gelezen, alleen de hoofdlijnen. Ik vraag me af hoe dat in de toekomst gaat.”

Er is vanuit uw beroepsgroep gigantisch veel kritiek op Sander Dekker. Hoe verklaart u die kritiek? 

“Nou, die kritiek is in mijn ogen geheel terecht. Ik ken de man persoonlijk niet, maar het zal vast een heel aardige man zijn. Hij doet het natuurlijk niet allemaal in z’n eentje: daar zit een heel leger aan adviseurs omheen. Wanneer hij echter optreedt in het openbaar en allerlei uitspraken doet die kant noch wal raken en echt aantoonbaar onjuist zijn, denk ik weleens dat hij maar gewoon een maandje mee moet draaien in de praktijk. Dan zie je waar wij allemaal tegenaan lopen. Ga dan nog maar eens met je plan terug naar de tekentafel om te kijken of het allemaal wel goed is wat je zegt. Dat er bezuinigd moet worden snap ik heel goed, maar ga niet bezuinigen op een tak waar al zoveel in gesneden is. Snijd de mensen die toch al een belabberde positie in de samenleving hebben bovendien niet nog meer af van de rechtsbescherming, want dan gaat het alleen maar slechter.” 

Dan een heel ander aspect wat ik u wil voorleggen. Hoe denkt u over het Nederlandse tbs-systeem? Er is de laatste tijd veel over te doen, over mensen die tijdens hun verlof de benen nemen, of vlak na de behandeling weer een delict plegen. Of over mensen die juist heel snel tbs opgelegd krijgen. 

“Op zich denk ik dat het tbs-systeem zoals we dat in Nederland kennen heel erg uitgedacht is, dat het voor een heel groot percentage mensen een hele goede oplossing is. Het is natuurlijk wel zo dat het systeem steeds meer overbelast raakt, omdat er meer en meer mensen een delict plegen waarvoor tbs wordt opgelegd. 

De twintig gevallen waarbij het mis gaat, zijn de gevallen die uitgelicht worden. Logisch, want dat kunnen ze moord en brand roepen in de krant. Het gaat echter wel om een klein percentage. Er is nooit aandacht voor de gevallen waarin het goed gaat. Het is echter niet zo dat het een grote ongeorganiseerde zooi is, of dat de mensen daar maar wat doen, want er zijn ontzettend veel mensen met tbs die er baat bij hebben. Die er goed behandeld worden. Ik luid eerder de noodklok voor de psychiatrie, daar zit mijn zorg. Een tekort aan psychiaters, een tekort aan personeel. Bij crisisopname wordt iemand zo snel mogelijk op medicatie en dan kan hij of zij weer naar huis. Dat is geen behandeling.” 

Zijn er nog meer dingen die u zou willen veranderen aan het rechtssysteem? 

“Op ondergeschikte punten zijn er altijd dingen die we allemaal anders zouden willen zien, omdat het ons persoonlijk beter uit zou komen. Ik denk echter dat je de hoofdpunten er wel uit hebt gepakt. Er zijn veel achterstanden ontstaan door corona, wat betekent dat mensen heel lang op berechting moeten wachten. Dat is lastig. Er wordt ontzettend veel bezuinigd op het gevangeniswezen, waardoor daar dingen misgaan of maar net goed gaan. Daar moet je dan heel erg achteraan vissen, maar dat zijn allemaal dingen die wel op te vangen zijn. 

Een aantal zaken die we al besproken hebben, zouden echter wel beter kunnen. Ik denk dat er heel goed gekeken moet worden naar wat we met onze jongeren moeten. Ik werk zelf in de Zaanstreek, waar het mesbezit en -gebruik onder jongeren schrikbarend hoog is. Het loopt hier echt de spuigaten uit. Onze jeugd schrikt niet en schroomt niet om op hun veertiende of vijftiende met een machete of een groot kapmes te lopen en dat ook te gebruiken. Je leest het ook steeds meer: jongeren steken elkaar allemaal gewoon neer of dood. Daar zit de wortel. Ga daar beginnen. Kijk in

het jeugdrecht, check het goed, monitor wat daar gebeurt en besteed daar dan je geld aan. Als je dat niet meteen aanpakt, is dat een kweekvijver voor als die jongens ouder zijn.” 

Hoe denkt u over het spreekrecht voor slachtoffers? 

“Zal ik een wenselijk of een eerlijk antwoord geven? Weet je wat het is: er is aandacht voor slachtoffers en dat moet ook, dat is goed. Er gebeuren hele heftige dingen en als je daar zelf slachtoffer van bent, dan ben je godsblij dat daar aandacht voor is. Ik vind echter wel dat het een onsje minder mag. Dan heb ik het niet over het spreekrecht dat die mensen hebben, want dat mag. Het komt ook heel vaak wel binnen bij verdachten die nog enigszins een gewetensfunctie hebben die normaal is, dus dat is prima. Als er echter advocaten bij zitten die die mensen bijstaan, die een soort tweede requisitoir gaan houden en iets gaan vinden van de bewijsvoering en van de straf die zou moeten worden opgelegdOf als de slachtoffers zich niet kunnen beheersen en een verdachte voordat hij veroordeeld is gaan staan uitschelden en uitmaken voor rotte vis, dat vind ik niet wenselijk. Totdat iemand is veroordeeld, is het een verdachte. Spreekrecht wordt uitgeoefend op het moment dat iemand nog niet veroordeeld is.” 

U moet natuurlijk voor één belang opkomen en voor de best mogelijke rechtsbijstand zorgen. Houdt u wel eens rekening met de aangevers of andere procespartijen in een strafzaak? Benoemt u bijvoorbeeld bepaalde dingen wel of juist niet? 

“Daar hou ik zeker rekening mee. Kijk, je procedeert in een drugszaak, wat mij betreft heel anders dan bij een levensdelict of in een zedenzaak. Als ik een moordzaak of een zedenzaak heb – wat soms natuurlijk echt heel heftig kan zijn -, dan zijn de benadeelde partijen daar vaak bij aanwezig. Die hebben altijd iemand van slachtofferhulp, iemand van de politie of een familierechercheur mee. Dan zorg ik er altijd voor dat ik vroeg bij de rechtbank ben. Die mensen zitten apart in een kamertje en dan vraag ik of ik er even bij mag. Ik ga naar binnen, stel me voor als Roodveldt en zeg dat ik de verdachte ben van de advocaat. Dat ze absoluut niet op me zitten te wachten, dat ik dat begrijp. Dat ik me kan voorstellen dat het voor hen een hele, hele moeilijke dag wordt en dat ik dingen ga zeggen die in hun ogen niet heel prettig klinken. Dat dat mijn professionele houding is en dat mijn persoonlijke mening over de zaak vaak heel anders is. Ik leg uit dat ik mijn werk doe en zal proberen te begrijpen dat het voor hen een lastige dag is. Er zijn heel veel mensen die dat ontzettend waarderen en die dan anders naar je gaan kijken, waardoor het voor hen al makkelijker wordt. 

Er zijn echter ook mensen bij die zeggen ‘ik heb geen behoefte aan je, rot op’. Prima, maar dan heb ik het toch gezegd. Ik zal, hoe lastig ook, mijn woorden zo kiezen – en dat kun je als advocaat als je professioneel bent zorgvuldig genoeg doen – dat ik mensen niet nodeloos kwets. Je kunt je punt maken, waarbij je dat – ook als het slachtoffer in jouw optiek een aandeel in iets heeft – zo kunt verwoorden dat je die mensen niet wegzet als leugenaars of het nog moeilijker voor ze maakt dan het al is.” 

Hoe kijkt u aan tegen gerechtelijke dwalingen? Heeft u wel eens meegemaakt dat u echt dacht dat iemand anders het had gedaan en dat uw cliënt toch veroordeeld is en de gevangenis in is gegaan? 

“Als ik echt denk dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling, dan ga ik op zoek naar collega’s zoals mr. Knoops, die heel goed zijn in het uitpluizen van dit soort dingen. Ik ga dan alsnog proberen, ook

als kost het jaren, om er voor mijn cliënt alles uit te halen om dat recht te zetten. Heel soms lukt dat weleens. Het is een stukje frustratie als advocaat: jouw cliënt vertelt soms wel wat er is gebeurd, maar meestal niet. Meestal zal hij niet het achterste van z’n tong laten zien. Er zijn ook mensen die hun verhaal zo overtuigend vertellen, die vertellen dat het niet echt gebeurd is en dat je dan toch aanknopingspunten vindt in het dossier. Aanknopingspunten waarvan je denkt ‘dit is niet goed uitgezocht’. Ik vind het dan mijn taak om, als ik het niet zelf kan uitzoeken, een cliënt onder te brengen bij een collega die bekwaam is op dat rechtsgebied en hem of haar te vragen het voor mij na te kijken. We hebben het immers gezien, het gebeurt: de Schiedammer Parkmoord, Lucia de B., niemand is onfeilbaar.” 

Wat is nu het meest complexe aan uw vak, want vindt u het lastigste? 

“Ik heb heel veel lopende zaken en ik probeer voor mijn klanten optimaal bereikbaar te zijn. Dat betekent dat ik weinig eigen leven heb, want ik neem bijna altijd de telefoon op. Ik reageer vrij snel. Iedereen die mij belt – en dat is soms wel veertig keer op een dag -, wil iets van mij en die wil dat liever gisteren dan vandaag. Hun zaak is altijd het allerbelangrijkste. Ik vind het erg moeilijk om soms nee te zeggen tegen een klant: ik vind mijn vak heel leuk, maar ik heb ook een privéleven. Ik probeer er altijd voor iedereen te zijn, maar soms kan dat niet. Vanmorgen moest ik bijvoorbeeld even naar Almelo omdat ik daar iets moest laten installeren, komt er een melding binnen. Onderweg had ik een meeting via Skype, waarvoor ik ergens moest parkeren. Klapte mijn telefoon eruit, liep mijn batterij veel sneller leeg dan verwacht, geen oplader meeHet ging allemaal niet in Almelo, er moest ineens iemand naar het bureau om gehoord te worden, mijn stagiaire belde met vragen en een klant belde over wat er allemaal mis ging. De hele dag is het flexibel zijn. Ik heb enorm gevoel voor humor en daarmee probeer ik overeind te blijven. Als er privé iets mis is, bijvoorbeeld een sterfgeval of als ik zelf iets mankeer: daar houden klanten geen rekening mee. Dan heb ik zelf privé bijvoorbeeld iets erg en belt een klant met ‘mijn rijbewijs is ingenomen’. Dan denk ik ‘ja, dan moet je niet zo hard rijden’. Om vervolgens toch weer een bezwaarschrift in te gaan dienen.” 

Ik heb ook wel eens gehoord dat iemand niet graag slachtoffers bijstond omdat hij dan de hele tijd geklaag zou horen. Geldt dat ook voor u, dat u niet echt van geklaag houdt als advocaat? 

“Het is heel simpel. Als je ervoor kiest om een strafbaar feit te plegen, dan zitten daar consequenties aan vast en die moet je dan aanvaarden. Dat is het risico van het vak. Dan moet je niet gaan klagen. Wanneer ik je kom bezoeken, kom ik om de zaak te bespreken en de verdediging op te zetten. Dan mag je best een keer even zeuren of verdrietig zijn, maar ga mij niet elke dag huilend bellen. 

Er zijn echter ook mensen die onterecht beschuldigd worden, voornamelijk in de zedenpraktijk. Dat je het dan lastig hebt en klaagt, dat mag. Je weet natuurlijk nooit of iemand terecht vast zit of niet. Ervaring en een onderbuikgevoel maken echter dat je vrij snel weet wat je aan iemand hebt.” 

Hoe kijkt u aan tegen de Nederlandse misdaadjournalistiek? Wat vindt u van journalisten op uw vakgebied en welke media vindt u het meest informatief? 

“Ik werk met heel veel misdaadjournalisten. De meesten ken ik, ik heb hun nummer en zij weten mij te vinden. Daar zitten een aantal bij die heel goed zijn in hun werk, bijvoorbeeld Paul Vughts van het Parool en Saskia Belleman. Vugt is een hele fijne en betrouwbare journalist. Hoe Belleman werkt op

zitting met haar twitteraccount: fenomenaal, dat doet niemand haar na. Ik ben ook fan van Chris Klomp van het AD. Hij weet waar hij over praat en hij heeft heerlijke humor. Er zijn een aantal journalisten van regionale kranten die ook altijd goede verslaggeving doen. Er zijn echter ook mensen van wie ik minder gecharmeerd ben. 

De laatste jaren uiten journalisten en advocaten hun ongenoegen naar elkaar via de media. Ik vraag me soms af of het echt nodig is en of het op die manier moet gaan. Ik kom soms zelf met zaken in de media, maar ik zal zelf niet snel een journalist bellen met de boodschap ‘ik heb een interessante zaak. Je moet mij bellen als je iets wilt weten en dan bekijk ik of het interessant genoeg is, iets aan de zaak toevoegt en of de cliënt er toestemming voor geeft’. Ik heb de gezinsvoogd van dat meisje Savanna bijgestaan en na de uitspraak ben ik daarmee naar Pauw en Witteman gegaan. Daar kon ik uitleggen waarom het een vrijspraak was geworden. Dat had toegevoegde waarde. Ik sta al veertien jaar een cliënt bij die wordt verdacht van betrokkenheid bij de liquidatie van Endstra. Dan ga ik naar talkshows, wat moet ik dan zeggen? ‘Het is een Turkse jongen, hij kan leuk zingen?’ Daar zit echt helemaal niemand op te wachten. Als je in een talkshow niks kunt zeggen, blijf dan gewoon thuis.” 

Wat vindt u vanuit de journalistiek het meest storende wat u heeft meegemaakt? 

“Ik vind het heel vervelend dat de manier van verslaggeving bij sommige journalisten altijd opruiend en tendentieus is, negatief naar de advocatuur toe. Is maar een enkeling, maar toch.” 

Als ik het goed begrijp is het dus belangrijk dat een journalist objectief, informatief en neutraal is? Dat hij of zij niet echt partij kiest? 

“Saskia Belleman is daar heel goed in. Wat zij doet is heel bijzonder. Zij heeft ook rechten gestudeerd. Wat ik heel fijn vind van haar, is dat ze weet hoe het werkt. Ze zal nooit iets opschrijven wat procedureel niet juist is. Als iemand een stomme vraag stelt, geeft ze gewoon antwoord en legt ze heel netjes uit. Er zijn rechtbankjournalisten die weinig kennis hebben van strafrecht en die artikelen schrijven waarbij het juridisch van geen kant klopt. Dat is jammer en onnodig.” 

Hoe denkt u over anonieme advocaten? Dat is net nieuw, het wordt gebruikt bij het proces Marengo. Lijkt u dat wat, om anoniem een zaak te verdedigen? 

“Nee, ik denk niet dat ik kroongetuigen zou bijstaan. Ik zeg niet dat ik het nooit zal doen, maar het gebeurt niet snel. Ik ben ook geen fan van anonieme advocaten, maar met het oog op wat er gebeurd is met Derk Wiersum en hoe het gaat in het Marengoproces, snap ik de overweging. ik vind alleen dat je, als je dan anoniem advocaat bent, ook anoniem moet blijven. Ga dan niet op een gegeven moment je identiteit prijsgeven, omdat iedereen toch al vermoedt dat jij het bent. Dan schiet het z’n doel voorbij. Je bent anoniem of je bent het niet. Ik ken mensen die professioneel meedraaien in Marengo en de beveiliging is niet mals, dat is heel zwaar.” 

Dit Marengoproces is wel ongekend: een broer en een advocaat die worden neergeschoten, een advocaat die van lekken wordt beschuldigd. De omvangrijkheid is wel in het kwadraat ten opzichte van andere processen. 

“Het is een heel heftig proces en ik ben ook blij dat ik er niet in zit. Daar zit je helemaal niet op te wachten. Ik niet tenminste.”

Heeft u nog een boodschap voor mijn lezers, mensen die geïnteresseerd zijn in het recht? 

“Als je geïnteresseerd bent en het leuk vindt, ga dan – als het straks weer mag na corona – een dagje naar de politierechter. Begin niet meteen met een hele heftige zaak, maar luister gewoon eens een dagje naar wat daar gebeurt. Ik denk dat je voor alle speler op het veld dan meer begrip krijgt, zowel voor de rechter als de officier, de advocaat en de benadeelde partij. De dingen die je ziet op tv, vormen nooit het hele verhaal. Het is altijd veel interessanter om zelf eens te gaan kijken. Als de rechtbanken weer open zijn, kom dan gewoon eens een keer kijken. Dat is heel leerzaam. Dan begrijp je de dingen ook meer. Al die grote processen zijn leuk, maar ik doe zelf liever een kleine politierechterzitting. Daar valt voor een advocaat nog wel eens wat te halen. Dan is het in mijn optiek een klein zaakje, maar voor een klant een levensbelangrijk iets. Als je dat dan voor de klant goed kan oplossen, is diens blijdschap veel leuker dan zo’n zaak waar je jaren aan werkt.”

1 reactie op “Interview met Brigitte Roodveldt”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.