Interview met Anis Boumanjal

Anis-Boumanjal

De Utrechtse strafrechtadvocaat Mr. Anis Boumanjal heeft inmiddels ruime ervaring in grote en complexe strafzaken. Hij stond onder andere cliënten bij in zaken op het gebied van drugs, terrorisme, levensdelicten, de georganiseerde criminaliteit en daarnaast in verschillende politiek georiënteerde strafzaken. Recentelijk deed hij namens drie cliënten in het toeslagschandaal aangifte tegen ambtenaren wegens moedwillige discriminatie. Het Openbaar Ministerie heeft tot nu toe in eerdere aangiftes nog niet besloten om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Volgens Anis Boumanjal heeft een recent onderzoek dat accountantsbureau PwC in opdracht van de Belastingdienst uitvoerde, nieuwe informatie opgeleverd die zo’n onderzoek wel zou rechtvaardigen. Actueelnieuws vroeg hem dit toe te lichten.

Kunt u iets vertellen over de stand van zaken van uw werkzaamheden met betrekking tot het toeslagschandaal?

“Op dit moment ligt de aangifte ter beoordeling bij het Openbaar Ministerie. We hebben die een paar keer nader onderbouwd aangevuld en wat mij betreft helemaal klaar gemaakt om tot een beslissing te kunnen komen. Er zijn 3 mogelijkheden voor wat betreft de actie van het Openbaar Ministerie, de eerste is dat ze de zaak seponeren, er met andere woorden niets mee doen, in dat geval zullen wij een ex artikel 12 procedure starten. De tweede is dat ze gaan vervolgen, dat is wat mij betreft nog een stap te vroeg. Maar wat we hopen is dat ze er aanleiding in zien om een diepgravend opsporingsonderzoek te doen, waarin dan de ambtenaren met naam en toenaam worden uitgenodigd en worden gehoord om te achterhalen wat hun beweegredenen zijn voor het verrichten van dit soort discriminatoire gedragingen en in hoeverre zij wel of niet daartoe geïnstrueerd zijn vanuit de top van de Belastingdienst, of dat zij uit eigen beweging hebben gehandeld. Dit zodat we een goed beeld krijgen van de strafbare gedragingen die zijn gepleegd en wie daarvoor verantwoordelijk is.”

Wat houdt volgens u een diepgravend onderzoek in? Wat verwacht u daarin van het Openbaar ministerie?

“Er liggen honderden e-mails, interne e-mails en notities, die allemaal onderzocht kunnen worden, waarbij de ene qua bejegening de andere overtreft. Een aantal van deze mails zijn door PWC (PricewaterhouseCoopers, internationaal accountants- en belastingadviseurbedrijf, red.) geanonimiseerd gepubliceerd en de inhoud van enkele mails daarvan is tergend. Om een voorbeeld te geven, een ambtenaar die op zijn vrije dag de stad in gaat met zijn gezin en dan in plaats van leuke dingen te doen met zijn kinderen, zijn oog laat vallen op een donkere man in een mooie auto. Deze ambtenaar is daarmee zo gepreoccupeerd dat het eerste wat hij doet als hij maandag op zijn werk is, is het kenteken checken en een melding doen aan de fraudedienst met als aanwijzing de etniciteit van die meneer. Deze ambtenaar heeft dan wat uit te leggen, want alles wijst op regelrechte discriminatie. De ambtenaar moet dan maar op het verdachtenbankje plaatsnemen en aan de rechter en het grote publiek uitleggen wat voor hem de reden is geweest om blijkbaar een donker persoon anders te behandelen dan een blank persoon en waarom die etniciteit hem zo triggert. Dat zijn allemaal aspecten die je in een opsporingsonderzoek kunt achterhalen. Het Openbaar Ministerie kan namelijk veel meer dan een PricewaterhouseCoopers of een andere overheidsinstelling. Het openbaar ministerie kan alle gegevens, e-mails, telefoongegevens en interne gegevens vorderen en vervolgens gebruiken om te onderzoeken wat de cultuur bij de Belastingdienst was en hoe de individuele ambtenaren omgingen met etniciteit en nationaliteit. De mensen die onoorbare dingen hebben gezegd of gedaan, die zouden dan verhoord moeten worden als verdachte, desnoods met een advocaat erbij. Als je zo’n onderzoek goed doet, heb je daarna een goed beeld van het reilen en zeilen bij de Belastingdienst en als daar een paar ambtenaren uitspringen die het niet alleen niet zo nauw namen met de regels, maar eigenlijk puur aan het discrimineren zijn en misbruik maken van hun bevoegdheid, dan moeten zij naar de rechter en zich daar verantwoorden ten overstaan van het algemene publiek én mijn cliënten.”

Ik heb het eerder met Vasco Groeneveld ook over deze zaak gehad, hij is een ex artikel 12 procedure (waarmee vervolging kan worden afgedwongen, red.) begonnen. Wat vindt u daarvan?

“Ik ben eerder ook benaderd om een ex artikel 12 procedure te starten. Ik denk dat dat kan, maar ik denk dat uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat de belastingdienst als overheidsdienst strafrechtelijke immuniteit geniet. Daar kan ik het niet mee eens zijn, maar uit de jurisprudentie is dat wel af te leiden. Uit de arresten zou je verder kunnen afleiden dat dit ook geldt voor de mensen die aan de touwtjes zitten. Wij focussen ons op de individuele ambtenaren, want de belastingdienst beweert bij hoog en laag dat zij geen opdrachten hebben gegeven om onderscheid te maken in nationaliteit of etniciteit. Het beleid was ook niet zo ingestoken dat ze mochten discrimineren, aldus de Belastingdienst. Als dan individuele ambtenaren in strijd met het gestelde beleid handelden, dan zijn zij dus zelfstandig verantwoordelijk en dat maakt dat deze individuele ambtenaren wel degelijk strafbaar zijn en zich niet kunnen verschuilen achter de strafrechtelijke immuniteit van de Belastingdienst. Daar ligt het verschil met de eerste aangifte. We hebben nu zwart op wit na onderzoek, dat individuele ambtenaren eigenhandig en zelfstandig hebben gehandeld, als het gaat om deze strafrechtelijke gedragingen. Waar het dus eerst nog onduidelijk was en het leek alsof zij het beleid alleen maar uitvoerden, is daar nu een kantelmoment in gekomen en zijn er sterke aanwijzingen dat individuele ambtenaren zelfstandig handelden. Die zelfstandige ambtenaren genieten dan geen immuniteit en dat maakt dat de zaak anders ligt.”

Heeft u dan ook bedenkingen of bezwaren bij de huidige wetgeving?

“Jazeker, ik meen dat het hoog tijd is om de immuniteit van overheidsdiensten, – organen en -instituten te herzien. Al in 2015 is dat middels een wetsvoorstel geprobeerd en zelfs bijna aangenomen, maar het is destijds gestrand bij de Eerste Kamer. Op het moment dat een dienst, of dat nu de belastingdienst als geheel is, of de mensen die daar aan de touwtjes trekken, willens en wetens kwade bedoelingen heeft en ook daarnaar handelt, dan vind ik dat zij geen immuniteit moet genieten. Zo ver zijn we nu nog niet, maar laat dit schandaal aanleiding zijn voor een discussie in de Tweede Kamer, laten we het debat losmaken, dat het hoog tijd is om die immuniteit nog eens onder de loep te nemen en nu wel door te zetten.”

Hoe ziet u dat dan zich voor zich? Moet er bijvoorbeeld een nieuw wetsvoorstel komen?

“Er is onderzoek gedaan door gerenommeerde rechtsgeleerden, zeker niet de eerste de besten, die pleiten voor een opheffing van die immuniteit. Niet geheel, want een vervolging van een belastingdienst is nutteloos, omdat dat slechts een gebouw is, maar je zou wel kunnen spreken over ambtenaren, ook hoog in de hiërarchie bij zo’n belastingdienst, die vervolgd zouden kunnen worden. Ik snap niet waarom we dat niet kunnen doorzetten. Het zal niet zonder effect zijn nu er een signaalwerking vanuit zou kunnen gaan. Hoge ambtenaren weten dat ze nu onschendbaar zijn en dan is de drempel laag om zich ernaar te gaan gedragen. Opheffing van de immuniteit zou zulke ambtenaren, die helaas intrinsiek niet gemotiveerd zijn om volgens de regelen der kunst te handelen, extrinsiek daartoe bewegen.”

We hadden het net al over etnisch profileren, ziet u dat op dit moment veel in uw praktijk voorbijkomen in zaken die u behandelt?

“Helaas wel. Ik zou graag willen zeggen dat het allemaal meevalt, maar de realiteit is nu eenmaal anders. Je ziet het bij de politie, bij de BOA’s, bij werkgevers, zolang de aanpak van etnisch profileren niet hoog op de agenda staat van het Openbaar Ministerie, blijft dat doorsudderen en zal het zich als een olievlek verspreiden. Men heeft blijkbaar niet de intrinsieke motivatie om dit vanuit zichzelf te veranderen en de overheid kan het kennelijk niet in de kiem smoren. Met name omdat het niet hoog op de agenda lijkt te staan. Dan zijn de wetgevende macht en het Openbaar Ministerie aan zet. Het beste zou zijn als de samenleving een zelfreinigend vermogen heeft, dat we met zijn allen weten dat we niet moeten discrimineren en proberen in te voelen wat voor impact discriminatie heeft op de eigenwaarde van een individu en een groep. Dat het gebeurt bij bedrijven, dat is heel vervelend, maar ik heb niet de illusie dat de overheid tot ver achter de voordeur van particuliere bedrijven de discriminatie kan aanpakken. Dit is echter anders waar het aankomt op overheidsdiensten. Daarbij is de overheid bij uitstek geschikt om het verschil te maken en om een voorbeeld te stellen, maar als zelfs een overheidsdienst geen beleid heeft, dan wel kaders stelt, waar het gaat om etnisch profileren – en dan heb ik het over politie, belastingdienst en dat soort organen en diensten – dan geef je wat mij betreft niet het goede voorbeeld. Hoe moeten bedrijven dan nog de motivatie of de incentive hebben om het wel goed te doen? De overheid zou dan ook duidelijke kaders moeten stellen bij hun eigen diensten en paal en perk moeten stellen aan het overschrijden van deze kaders. Wat dus ook strafrechtelijke vervolging inhoudt. Wat je vaak ziet is dat discriminatoir gedrag niet wordt afgestraft, intern ook niet, kijk bijvoorbeeld maar naar wat er bij de Rotterdamse politie plaatsvond, mensen wordt de hand boven het hoofd gehouden. En dat is een hard gelag voor de gediscrimineerden. Als de overheid het niet serieus neemt, wat beweegt de gewone burger of bedrijf dan om het serieus te nemen.

Ik hoop oprecht dat aversie tegen discriminatie breed wordt gedragen. Dat het eenzelfde ontwikkeling ondergaat als de ontstane aversie jegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Nu pas is er heel veel aandacht omdat er heel veel slachtoffers opstaan, dat zou niet veel anders moeten zijn bij etnisch profileren. Ook mensen die daar slachtoffer van zijn voelen zich op een grensoverschrijdende manier bejegend. Je mag best een grapje maken, maar op het moment dat het structureel en stelselmatig is en mensen zelfs benadeeld worden, dan doet dat iets met een mens. En als het zo breed is, er zoveel slachtoffers zijn, dan is de impact gewoon groot en dan moet de maatschappelijke roep om strafrechtelijke aansprakelijkheid groter zijn, in ieder geval om er iets aan te doen. Nu lijkt het net alsof het allemaal wel meevalt, het is geen aanslag, het is geen liquidatie, het is geen drugsprobleem, voor de mensen die aan de knoppen zitten is het een ver van hun bed show, maar daardoor ontbreekt de drang of zelfs de noodzaak om er iets aan te doen.”

Denkt u vanuit uw hoedanigheid als advocaat dat er nog meer is dat de overheid zou kunnen doen tegen deze problematiek?

“Je kunt natuurlijk voor een strafrechtelijke aanpak kiezen, maar dat is vaak maar een tijdelijke oplossing op microniveau. Je kunt op macroniveau ook besluiten bij wet op te nemen, op het moment dat we van doen hebben met leidinggevenden of een bepaalde cultuur bij overheidsdiensten, dat het een ontslaggrond kan en mag zijn. Het gaat namelijk om wat voor cultuur je wilt hebben in je overheidsdienst, nu is dat voornamelijk een cultuur van de hand boven het hoofd houden.

Vaak gaat men mee met het excuus dat het niet zo bedoeld is. Maar wat je bedoelingen zijn, is voor de ontvanger slechts af te leiden uit wat iemand zegt en hoe hij zich gedraagt. Als iemand een persoon met een hoofddoek benadeeld en iemand die blank is voortrekt, dan is het kwaad al geschied en is de bedoeling erachter slechts een slap excuus. Dat is niet anders bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. In deze tijdsgeest wordt je bij het minste of geringste al gecanceld, terecht of onterecht, daar wil ik even vanaf zijn, maar ruimte voor discussie over hoe iemand het bedoeld heeft, is er klaarblijkelijk niet. Dan moet je je eens voorstellen, dat in plaats van seksueel grensoverschrijdend, discriminatoir overschrijdend gedrag, plaatsvindt, dan is de maatschappelijke roep om represailles er in een keer niet. Als overheid moet je daar een voorbeeld in stellen en werken aan gewaarwording. Als er iemand aan de top zit die discriminatoir gedrag goedkeurt in zijn beleid, dat accepteert en conformeert, dan moet je daar onverbiddelijk op reageren. Dan neem je het als overheid serieus. De mensen zullen dan snel volgen.”

Wat is voor u de grens tussen een ongelukkige grap en gedrag waar sancties op moeten staan? 

“Bij mij ligt de grens op het moment dat je de een benadeelt ten opzichte van de ander. Als er een joviale sfeer heerst op de afdeling en er worden bijvoorbeeld grappen gemaakt over een Nederlander die gierig is en een donkere man die lui is, dan nog praat ik het niet goed, begrijp me niet verkeerd, en zou je er wat aan moeten doen, maar daar ligt voor mij niet een grens waar de overheid over hoeft te waken. Dat is iets wat door de mensen zelf op de vloer moet worden opgelost. Ik vind dat de overheid niet zo paternalistisch hoeft te zijn. Op het moment dat je mensen achterstelt, dus de man met de donkere huidskleur krijgt geen promotie, terwijl hij alle reden heeft om die te krijgen, de persoon die een hoofddoek draagt wordt twee keer per week door een fraude afdeling gecontroleerd terwijl dat bij collega’s niet gebeurt, daar ligt wat mij betreft de grens. De toeslagenaffaire is daar bij uitstek een goed voorbeeld van, daar werden mensen door de scan gehaald, enkel en alleen omdat ze zijn wie ze zijn.”

Er worden in persberichten geregeld maatregelen aangekondigd met betrekking tot het toeslagschandaal, wat vindt u van de afwikkeling daarvan? 

“Wat mij betreft is die heel traag geweest. Ik snap van de ene kant ook wel dat het complex is, aan de andere kant is het zo, dat het toeslagschandaal zo heftig is geweest en zoveel leed heeft veroorzaakt, dat je niet alleen kunt volstaan met naar voren kijken. Je moet ook nog degenen die ervoor verantwoordelijk zijn de rekening laten betalen. En daarmee bedoel ik niet dat iemand opstapt om vervolgens later weer elders in een hele hoge functie te gaan zitten, of ambtenaren die dan van belastingdienst Apeldoorn naar belastingdienst Utrecht gaan. Er moet wat mij betreft echt duidelijk een signaal worden afgegeven. Als je echt wilt dat dit niet meer plaatsvindt, dan moet er meer gebeuren dan alleen vooruit kijken. Een strafrechtelijke vervolging is bij uitstek daartoe geschikt. Een strafrechter zou een tijdelijk verbod kunnen opleggen om nog langer als ambtenaar te kunnen functioneren. Als je zo heftig met rechten van mensen omgaat, dan moet je ook de rekening gepresenteerd krijgen.”

Hoe kijkt u dan aan tegen de boete van 2,7 miljoen die de belastingdienst wordt opgelegd? 

“Dat is wat mij betreft een farce, een sigaar uit eigen doos. De rekening moet worden betaald door degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Het moet pijn doen bij degenen die anderen pijn hebben gedaan. Zij moeten op de blaren zitten en niet de belastingbetaler. Dus in een vergezochte redenering betaalt degene die gediscrimineerd is mee met de boete veroorzaakt door degene die debet zijn aan de discriminatie. Ironischer kan je het niet krijgen. Op het moment dat iemand een taakstraf moet gaan verrichten, dan moet hij en plein publiek zijn vrije tijd opgeven om de maatschappij ten dienste te zijn, op het moment dat hij moet gaan vastzitten, dan is hij zijn vrijheid kwijt, op het moment dat iemand een geldboete moet betalen, dan is dat zuur verdiend geld dat jij of ik dan moet afgeven aan de overheid, dat is wat indringend is en effect sorteert. Maar 2,7 miljoen boete, dat voelt niemand, dat voelt geen enkele ambtenaar, tenzij je dat weghaalt bij de ambtenaren die zich schuldig hebben gemaakt.

Deze gekunstelde afdoening bewijst maar weer eens dat de peilstok van de overheid niet is gestoken in de samenleving en na zoveel tijd verbaasd dat mij. Het is voor mij niet meer dan een katalysator om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijke ambtenaren zullen worden gestraft, dat zij de consequenties zullen voelen en als het even kan niet meer als ambtenaar de macht hebben over vaak weerloze burgers. Op het moment dat je blijkbaar van binnen zo in elkaar zit, dat je mensen anders behandelt, enkel en alleen om hoe ze eruit zien, dan vrees ik dat een volgende keer als je weer een overheidsfunctie bekleedt en het is allemaal in de vergetelheid geraakt en niemand weet meer wie je bent, recidive op de loer ligt.”

Er is veel bezuinigd op de sociale advocatuur. Wat is uw standpunt met betrekking tot de huidige situatie van de sociale advocatuur?

“Zonder de sociale advocatuur heeft de macht vrij spel. Op het moment dat je als advocaat alleen maar drijft en onderneemt op basis van geld, groot geld, dan zien de mensen die aan de onderkant van de maatschappij zitten – zij vangen de meeste klappen – hun rechten vaak verdampen. Vandaar dat ik altijd al heb bepleit voor wat mij betreft noodzakelijke aandacht voor de sociale advocatuur. Sociale advocatuur is een zegening voor vele mensen.

Als je als overheid jezelf zoveel macht toe eigent, dan kan dat maar op één manier gerechtvaardigd worden en dat is als je daarnaast de sociale advocatuur volledig laat werken en daarvoor de nodige gelden vrijmaakt. Op deze manier maak je jezelf als overheid controleerbaar. Geld is daarbij een must. Vandaar dus dat ik ervoor pleit om juist daar niet op te bezuinigen. Sterker nog, om daar een groot potje voor vrij te maken. Hoe groter het potje, hoe meer de overheid zich echt controleerbaar laat maken en hoe meer we een evenwichtige overheid krijgen. Met als gevolg dat je minder snel dit soort schandalen krijgt.”

Van de 55.000 mensen die zich voor compensatie hebben aangemeld, is van 25.000 vastgesteld dat ze gedupeerde zijn. Heeft u er vertrouwen in dat deze mensen uiteindelijk de hulp gaan krijgen die ze verdienen?

“Dat geloof ik wel. Ten eerste omdat er voldoende aandacht voor is. Ik maak me niet perse heel erg meer druk om deze mensen, want ze zijn niet in de vergetelheid geraakt. Ik maak me wel druk om heel veel andere mensen die ook gedupeerd zijn, op een andere manier, door andere overheidsdiensten zoals de politie, de sociale verzekeringsbank, door de GGD’s, door de gemeentes, die nu niet, althans nog niet, de aandacht hebben. De beerput is nog lang niet leeg, vrees ik. Kijk nu bijvoorbeeld naar de uithuisgeplaatsten, daar is nu pas eindelijk wat zicht op. De aandacht zit nu bij de mensen die toeslagslachtoffer zijn, dus dat gaat uiteindelijk wel goed komen. Het heeft de aandacht van veel mensen waaronder advocaten als Eva (Gonzalez Perez, red.) en ikzelf die het niet los zullen laten.”

Eén reactie

  1. En kijk ook aub naar aanmeldingen die niet als gedupeerde worden aangemerkt terwijl ze op papier wel min of meer erkend worden als vooringenomen behandeld zwart op wit en toch een definitieve afwijzing krijgen op compensatie tijdens integrale beoordeling. En gedupeerden in het buitenland die ziek zijn geen inkomen hebben en elke maand uit huis gedreigd te worden gezet voor die mensen is geen vangnet noch Gemeenten noch Serviceteam UHT helpt hun

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Copyright 2020-2021 © actueelnieuws.org

logo

Tip de redactie!

Actueelnieuws.org werkt graag met jou samen aan mooie interviews en prikkelende artikelen. Heb je een tip of idee? Meld deze dan bij onze redactie.